JBN 2000/75 - Hoge Raad beperkt de werking van artikel 4:969 BW
Aflevering 9, gepubliceerd op 01-09-2000 geschreven door T.J. Mellema-KranenburgC heeft van zijn ouders met voorbehoud van vruchtgebruik een perceel grond gekocht. C vordert van de notaris die deze constructie heeft geadviseerd, schadevergoeding op grond van wanprestatie en/of onrechtmatige daad, stellende dat hij schade lijdt doordat zijn perceel onverkoopbaar is in verband met het bepaalde in art. 4:969 BW en het daaruit voortvloeiende gevaar voor inkorting in natura. De vordering wordt tot in hoogste instantie afgewezen. Volgens de Hoge Raad heeft art. 4:969 BW in de huidige tijd grotendeels haar betekenis verloren en verdient het daarom een zo beperkt mogelijke toepassing. In overeenstemming hiermee heeft het Hof terecht geoordeeld dat bij betaling van een koopprijs die kan worden beschouwd als een (substantiële) tegenprestatie voor de werkelijke waarde van het gekocht op het moment van de vervreemding, geen sprake kan zijn van inkorting in natura. Volgens de auteur is de uitkomst, hoewel niet onbevredigend, merkwaardig. De Hoge Raad redeneert naar een uitkomst die past bij het nieuwe erfrecht, maar die in strijd is met het dwingend huidige recht.