NTFR Beschouwingen 2007/22 - Paniekvoetbal na afschaffing van artikel 21, lid 4, SW 1956 (eigen woning): eigen doelpunt of buitenspel?
Aflevering 4, gepubliceerd op 30-05-2007 geschreven door mr. F.A.M. SchoenmakerNa de afschaffing van art. 21, lid 4, SW 1956 per 1 januari 2002 is veel commotie ontstaan over de waardering van de ‘eigen woning’ voor de Successiewet. Naar aanleiding hiervan heeft de wetgever per 1 januari 2006 art. 21, lid 11, SW 1956 in het leven geroepen opdat duidelijk is dat de ‘eigen woning’ wordt gesteld op de waarde in vrij opleverbare staat. Echter, deze bepaling stelt heel algemeen dat ook een bewoning door de verkrijger zelf niet als waardedrukkende factor in aanmerking wordt genomen. Dit laatste lijkt bij nadere beschouwing een aanmerkelijke verzwaring van hetgeen bij de afschaffing van art. 21, lid 4, SW 1956 werd beoogd. Het is dan ook opvallend dat hieraan tot nu toe weinig aandacht is besteed. Nu de Hoge Raad onlangs weer rust heeft gebracht op het speelveld omtrent de ‘eigen woning’ en voor de kant van de wetgever heeft gekozen, rijst de vraag of art. 21, lid 11, SW 1956 niet moet worden afgeschaft. Immers, door paniekvoetbal lijkt art. 21, lid 11, SW 1956 thans onbedoeld in het doel van de belastingplichtigen te zijn beland. Of is hier sprake van buitenspel en wordt het doelpunt door de scheidsrechter afgekeurd? Kortom, tijd voor een ‘slow motion’.