NTFR Beschouwingen 2008/14 - De aanscherping van de redelijkeheffingstoets
Aflevering 3, gepubliceerd op 05-03-2008 geschreven door mr.drs. S.A.W.J. StrikMet ingang van 1 januari 2008 is de redelijkeheffingstoets van art. 10a, lid 3, onderdeel b, Wet VPB 1969 belangrijk aangescherpt. Wet van 20 december 2007, houdende wijzigingen van enkele belastingwetten en enige andere wetten (Overige fiscale maatregelen 2008), Stb. 2007, nr. 563, hierna ‘OFM 2008’). Kort gezegd heeft de wijziging tot gevolg dat aan deze toets zijn safeharbourkarakter is ontnomen. Deze wijziging houdt derhalve een radicale breuk in, zowel met de winstdrainagejurisprudentie van de Hoge Raad als met de redelijkeheffingstoets in art. 10a, lid 3, onderdeel b, Wet VPB 1969 zoals deze heeft gegolden tot 1 januari 2008. De wijziging werd voorgesteld bij eerste nota van wijziging van het wetsvoorstel OFM 2008. Kamerstukken II, 2007-2008, 31 206, nr. 7. De Raad van State heeft zich over deze ingrijpende wijziging dus niet kunnen uitlaten. Tijdens de parlementaire behandeling hebben in het bijzonder het Tweede Kamerlid Kortenhorst en het Eerste Kamerlid Essers (beiden van het CDA) aandacht gevraagd voor de negatieve gevolgen van deze wijziging voor het vestigingsklimaat. Hun interventies werden mede ingegeven door de stevige kritiek van de Nederlandse Orde van Belastingadviseurs (hierna: de NOB) op het voorstel. Brief van de NOB van 9 november 2007, te vinden op nob.net.nl. Het heeft echter niet mogen baten. Het voorstel is ongewijzigd aangenomen. Wel heeft de staatssecretaris van Financiën nog belangrijke toezeggingen gedaan.