NTFR Beschouwingen 2008/29 - Terbeschikkingstelling: enkele uitspraken van rechtbanken en hoven
Aflevering 6, gepubliceerd op 12-06-2008 geschreven door mr.dr. J. GanzeveldSinds de invoering van de terbeschikkingstellingsregeling in de Wet IB 2001 hebben wij lang moeten wachten op de eerste rechterlijke uitspraken over deze nieuwe inkomenscategorie. Dat de uitspraken niet konden uitblijven, was evident. Vele auteurs hebben al gewezen op de identiteitscrisis van deze regeling. Op de motiveringen van de (mede)wetgever voor invoering van de regeling is terecht veel kritiek geleverd. Het tegengaan van (vermeende) boxarbitrage MvT, Kamerstukken II, 1998-1999, 26 727, nr. 3, p. 135 en 198. en de parallel met de inkomstenbelastingondernemer MvA, Kamerstukken I, 1999-2000, 26 727, nr. 202a, p. 38 en 40. zijn onvoldoende rechtvaardiging voor de regeling in de huidige vorm. De plaats van de terbeschikkingsteller dient naar mijn mening niet bij de resultaatgenieter in box 1 te zijn, maar veeleer in box 2 of 3. De spanning die een gesloten boxensysteem oproept en dan met name de aantrekkingskracht, dan wel de afstotingskracht van box 3 kan niet gedeeltelijk worden opgelost met een regeling die veel oneffenheden en onduidelijkheden bevat.