NTFR Beschouwingen 2009/40 - Winstneming bij een koop/aannemingsovereenkomst
Aflevering 11, gepubliceerd op 12-11-2009 geschreven door dr. J. DoornebalWanneer een ondernemer een goed verkoopt, kan hij de daarbij behaalde winst desgewenst in aanmerking nemen op het tijdstip waarop de verkoopovereenkomst tot stand komt mits deze overeenkomst een onvoorwaardelijk karakter heeft. Hij kan echter ook ervoor kiezen – en in de praktijk gebeurt dit vrijwel altijd – om de behaalde winst pas in aanmerking te nemen op het tijdstip waarop het verkochte goed aan de koper wordt geleverd. Beide winstbepalingsmethoden zijn in overeenstemming met goed koopmansgebruik. Tussen de levering door een verkoper van een verkocht goed en de oplevering door een aannemer van een door hem voortgebracht goed bestaat – althans wat de fiscale winstbepaling betreft – geen principieel verschil. In beide gevallen wordt de overeengekomen prestatie immers aan de koper, respectievelijk de opdrachtgever (op)geleverd en wordt deze prestatie door de koper, respectievelijk de opdrachtgever aanvaard. Vanaf dat moment komt het gehele risico bij het (op)geleverde goed bij de koper, respectievelijk de opdrachtgever te berusten. De Hoge Raad heeft dan ook terecht toegestaan dat de aannemer van een werk de winst op dit werk niet eerder in aanmerking hoeft te nemen dan op het tijdstip waarop het werk wordt opgeleverd (zie bijvoorbeeld HR 26 februari 1997, nr. 31.928, BNB 1997/145). De fiscus heeft zich niet zonder meer bij dit oordeel neergelegd. Zo heeft hij zich in het besluit van 18 december 1998, nr. DB98/696M, BNB 1999/66, op het standpunt gesteld dat de winstneming op aangenomen werken in gevallen waarin bijzondere risico’s ontbreken niet geheel mag worden uitgesteld tot het tijdstip van oplevering. Voor een kritische beschouwing over dit besluit zij verwezen naar: G.T.K. Meussen, ‘Winstbepaling bij onderhanden werk’, TFO 1999, p. 101 e.v.