NTFR Beschouwingen 2009/14 - Etikettering in de btw: beperkt uitgelegd
Aflevering 3, gepubliceerd op 06-03-2009 geschreven door mr. C.M. EttemaOp 12 februari 2009 heeft het HvJ EG (HvJ EG) arrest gewezen in de zaak Vereniging Noordelijke Land- en Tuinbouw Organisatie (VNLTO). HvJ EG 12 februari 2009, zaak C-515/07, NTFR 2009/475. Het betreft een zaak waarover de Hoge Raad prejudiciële vragen had gesteld. HR 2 november 2007, nr. 42.415, NTFR 2007/2009. VNLTO verrichtte kort gezegd zowel economische als niet-economische activiteiten en had (investerings)goederen en diensten ingekocht die voor beide activiteiten werden gebruikt. In het arrest waarbij de prejudiciële vragen zijn gesteld, had de Hoge Raad allereerst geoordeeld dat VNLTO overeenkomstig de uitspraak van het HvJ EG in de zaak Charles en Charles-Tijmens HvJ EG 14 juli 2005, zaak C-434/03 (Charles en Charles Tijmens), NTFR 2005/965. de keuze heeft om investeringsgoederen volledig voor het bedrijfsvermogen te bestemmen en ter zake volledig aftrek van voorbelasting te claimen. Gemengd gebruik van de investeringsgoederen voor bedrijfs- en privédoeleinden, waarvan sprake was in de zaak Charles en Charles-Tijmens, werd door de Hoge Raad in wezen op één lijn gesteld met gemengd gebruik van dergelijke goederen voor economische en niet-economische activiteiten. Verwijzing naar een gerechtshof moest volgen om vast te stellen welk deel van de door VNLTO in aftrek gebrachte omzetbelasting ziet op investeringsgoederen.