NTFR Beschouwingen 2010/19 - Sectorindeling: betaalt de vervuiler?
Aflevering 6, gepubliceerd op 05-06-2010 geschreven door Th.J.M. van Schendel‘Elke werkgever is van rechtswege aangesloten bij de op grond van art. 95 Wfsv vastgestelde sector waartoe de werkzaamheden behoren die hij als werkgever doet verrichten’, aldus art. 96, lid 1, Wet financiering sociale verzekeringen (Wfsv). Een ogenschijnlijk eenvoudige tekst waarover de Hoge Raad met zijn uitspraak van 19 juni 2009, nr. 08/01602, NTFR 2009/1421 heeft geoordeeld. Voor de beeldvorming schets ik kort de casus. Een gevelleverancier zegt gevels te leveren en meent te moeten worden ingedeeld in de sector Groothandel. Hij besteedt het vervaardigen van bouwtekeningen en alle bouwwerkzaamheden (produceren en plaatsen) in onderaanneming uit aan derden. Zijn eigen werknemers hielden zich bezig met acquisitie en projectcalculatie. Het UWV Met de invoering van de Wet financiering sociale verzekeringen, Stb. 2005, 36, beslist vanaf 1 januari 2006 niet meer het UWV maar de inspecteur over de sectorindeling (art. 95, lid 2 en art. 97, lid 2, Wfsv)., het hof en de Hoge Raad delen deze werkgever met ingang van 1 oktober 2005 in in de sector Bouwbedrijf. A-G Van Ballegooijen had op 4 november 2008, NTFR 2008/2335 anders geconcludeerd. Het belang van de sectorindeling is gelegen in de premieverschillen tussen de thans 67 sectoren. Sommige zijn verdeeld in meerdere sectoronderdelen en/of premiegroepen. Er zijn 83 verschillende premiepercentages. De werkgever die in een goedkope sector is ingedeeld, wil dat zo houden en het tegenovergestelde geldt evenzeer. De sectorpremies 2010 divergeren van 0% van de sv-loonsom (sector Baggerbedrijf) tot 10,63% (sector Uitzendbedrijven IIA, Premiegroep opslagklasse). Voorwaar een verschil dat zeer fors in de papieren kan lopen. Naast premieverschillen kan de sectorindeling zijn uitstraling Ik heb voor deze terminologie gekozen omdat de publiekrechtelijke sectorindeling van rechtswege enerzijds en civielrechtelijke arbeidsvoorwaardelijke regelingen anderzijds, naar mijn mening formeel niets met elkaar van doen hebben, maar elkaar in de praktijk wel beïnvloeden. hebben naar de toepassing van civielrechtelijke regelingen, zoals de werkingssfeer van CAO’s, van bedrijfstakeigenregelingen en van verplicht gestelde bedrijfstakpensioenfondsregelingen.