NTFR Beschouwingen 2010/25 - Wie geniet tbs-resultaat?
Aflevering 7, gepubliceerd op 16-07-2010 geschreven door mr. L.J.A. PieterseDe eroderende werking van de tijd, die grote delen van het fiscale recht op dynamische en soms zelfs verbluffende wijze aantast, laat zich niet vatten in een wiskundige formule. Niets blijft, zo wordt wel gezegd, en ‘als alles vervliedt, dan is alles ‘‘niets’’ ’, aldus de Vlaamse filosofe Patricia de Martelaere in een essay, dat programmatische trekken vertoont. Patricia de Martelaere, Wat blijft. Essay, vierde druk, Querido, Amsterdam/Antwerpen 2009, p. 32 e.v. Die wel heel uitgesproken stellingname gaat niet altijd op. Ook – of zelfs? – in het fiscale is er wel ‘iets’ blijvends aan te wijzen. Bepaalde leerstukken en in de vakpers verschenen artikelen houden generaties fiscalisten bezig en groeien zodoende uit tot, wat wel wordt genoemd, klassiekers. ‘Wie geniet het inkomen’ van – inmiddels emeritus – hoogleraar J.E.A.M. van Dijck, kan daar beslist toe worden gerekend. J.E.A.M. van Dijck, ‘Wie geniet het inkomen?’, in: Smeetsbundel, Kluwer, Deventer 1967, p. 159-189. Het betreft een opstel dat is opgenomen in de aan M.J.H. Smeets (1896-1984) opgedragen en onder dezelfde naam verschenen bundel, die hem werd aangeboden ter gelegenheid van zijn afscheid als hoogleraar. De bedoelde bijdrage, over de toerekening van inkomensbestanddelen aan een subject, de relatie dus tussen een persoon en zijn draagkrachtvermeerdering, levert nog altijd een vruchtbare leesexercitie op. De leerstukken, als ik dat zo mag noemen, die bepalend zijn voor het antwoord op de vraag wie (het) inkomen geniet, blijken nog steeds houdbaar te zijn. Zij lijken, zoals hierna zal blijken uit de analyse van twee (nagenoeg identieke) arresten die zijn gewezen op het terrein van het ter beschikking stellen van vermogen, op een quilt, waarvan de traditionele patronen als het ware beschikbaar zijn om te worden opgenomen in de composities van de Hoge Raad, ook als hij heeft te oordelen over ‘nieuwe’ wetgeving, zoals die op het stuk van de terbeschikkingstellingsregeling.