NTFR Beschouwingen 2011/42 - De bestuurlijke lus
Aflevering 11, gepubliceerd op 17-11-2011 geschreven door prof.dr. A.J.H. van SuilenSinds 2010 voorziet de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in de mogelijkheid van een bestuurlijke lus. In de niet-fiscale literatuur is de bestuurlijke lus onder meer besproken door: L.M. Koenraad, De toekomst van de bestuurlijke lus, Ars Aequi 2010, p. 235-244; B.J. van Ettekoven en A.P. Klap, ‘De bestuurlijke lus als rechterlijke (k)lus’, JB Plus 2010, p. 182-189; J.E.M. Polak, ‘Effectieve geschillenbeslechting: bestuurlijke lus en andere instrumenten’, NTB 2011/2; L.M. Koenraad en J.L. Verbeek, ‘Finaliseren doe je zo!’, NTB 2011/12; M.J.H.M. Verhoeven, ‘De bestuurlijke lus, één jaar na dato’, Tijdschrift voor Praktisch bestuursrecht 2011/3, p. 4-8. Daarbij stelt de rechter Zowel de rechter in eerste aanleg als de hogerberoepsrechter kan de bestuurlijke lus toepassen., alvorens hij een definitieve uitspraak doet, het bestuursorgaan via een tussenuitspraak in de gelegenheid binnen een bepaalde termijn een gebrek in het bestreden besluit te herstellen. De bestuurlijke lus is met name ingevoerd om de rechter de mogelijkheid te bieden geschillen snel en definitief te beslechten in gevallen waarin het bestuursorgaan een zekere beleidsvrijheid heeft. Bij het vaststellen van belastingaanslagen en andere beschikkingen in belastingzaken komt aan het bestuursorgaan in het algemeen geen beleidsvrijheid toe, zodat de vraag rijst naar de betekenis van de bestuurlijke lus in het belastingrecht.