NTFR Beschouwingen 2012/1 - Passivering van terugbetalingsverplichtingen
Aflevering 1, gepubliceerd op 26-01-2012 geschreven door dr. J. DoornebalDe bedragen die een ondernemer ontvangt, kunnen worden onderscheiden in bedragen waarvoor een terugbetalingsverplichting geldt en bedragen waarvoor geen terugbetalingsverplichting geldt. Het is ook mogelijk dat ontvangen bedragen dienen te worden doorbetaald aan een derde. Een dergelijke doorbetalingsverplichting wordt bij de fiscale winstbepaling op dezelfde wijze behandeld als een terugbetalingsverplichting. Kortheidshalve wordt hier en in het vervolg alleen gesproken over ‘terugbetalingsverplichting’. Ontvangen bedragen waarvoor een terugbetalingsverplichting geldt, hebben doorgaans de vorm van een lening en worden op de fiscale balans gepassiveerd als schuld. Ontvangen bedragen waarvoor geen terugbetalingsverplichting geldt, hebben doorgaans betrekking op het aantrekken van eigen vermogen of het verrichten van leveringen en/of diensten. Bedragen die als eigen vermogen worden ontvangen, worden gepassiveerd op een kapitaalrekening (zij beïnvloeden de fiscale winst niet), terwijl ontvangen vergoedingen voor leveringen en/of diensten niet op de fiscale balans worden gepassiveerd, maar als bate worden verantwoord (zij maken deel uit van de fiscale winst). Soms is in de praktijk echter sprake van een tussenvorm: een ondernemer ontvangt een bedrag dat hij alleen moet terugbetalen als aan een of meer voorwaarden is voldaan. Dan rijst de vraag op welke wijze bij de fiscale winstbepaling rekening moet worden gehouden met deze ontvangst en de voorwaardelijke terugbetalingsverplichting. Een dergelijke tussenvorm was aan de orde in HR 23 september 2011, nr. 10/02641, NTFR 2011/2420. In deze Beschouwing wordt nader ingegaan op deze problematiek. Daarbij wordt voorbijgegaan aan het feit dat in dit arrest ook een ander geschilpunt aan de orde was, namelijk of de belastingplichtige mocht afschrijven op de door haar verrichte investeringen in een golfbaan en een driving range. Eerst wordt in par. 2 een korte schets van de feiten, het geschil en het oordeel van hof en Hoge Raad gegeven. Vervolgens wordt in par. 3 nader ingegaan op de vraag in hoeverre goed koopmansgebruik passivering van voorwaardelijke terugbetalingsverplichtingen toestaat of gebiedt. Hierna wordt in par. 4 bezien op welk bedrag een eventuele passiefpost voor dergelijke verplichtingen dient te worden gesteld. In par. 5 wordt het betoog afgesloten met een korte slotbeschouwing.