NTFR Beschouwingen 2012/8 - Staatssteun in the picture
Aflevering 2, gepubliceerd op 23-02-2012 geschreven door prof.dr. P. KavelaarsStaatssteun is een bepaald weerbarstig onderwerp. Zie over het onderwerp uitvoerig het proefschrift van R.H.C. Luja, Assessment and Recovery of Tax Incentives in the EC and the WTO: A View on State Aids, Intersentia, Antwerpen 2003, alsmede C. Pinto, Tax Competition and EU Law, Kluwer Law International, Den Haag 2003. Zie ook de diverse verhandelingen in: W. Schön (red.), Tax Competition in Europe, IBFD, Amsterdam 2003, waarin bijdragen zijn opgenomen inzake (mogelijke) staatssteunaspecten in de fiscale regimes van de lidstaten. Het onderwerp geniet in de (Nederlandse) fiscale literatuur van het EU-recht relatief weinig aandacht. We kennen niettemin wel enkele Nederlandse spraakmakende aangelegenheden betreffende (verboden) fiscale staatssteun. Ik wijs op de grenspomphoudersregeling HvJ 13 juni 2002, zaak C-382/99, Jur. 2002, 5202. Het betrof hier steun aan pomphouders in de grensstreek ter compensatie van de verhoging van de benzineaccijns. De steun werd in strijd geacht met (het huidige) art. 107 VwEU omdat per benzinestation een vergoeding werd verleend die (maximaal) het bedrag van de minimisnorm bedroeg (toen: € 100.000). Deze norm moet echter per ondernemer worden toegepast. , het CFM-regime Dit regime heeft niet tot een procedure geleid. De regeling is ingetrokken met toepassing van een overgangsregime van tien jaren, eindigend uiterlijk ultimo 2011. Deze tienjaarsregeling komt overeen met het overgangsregime dat België diende te hanteren in het kader van de beëindiging van de regeling inzake coördinatiecentra. De Belgische regeling inzake de coördinatiecentra (zie HvJ 22 juni 2006, zaak C-182/03 en C-217/03, Jur. 2006, 5584) is in strijd geacht met art. 107 VwEU. Ze is opgevolgd door de notionele interestaftrek, welke laatste niet strijdig is met art. 107 VwEU (niettemin is over deze regeling wel een discussie ontstaan omdat onderscheid wordt gemaakt tussen beleggingen in Belgisch en buitenlands onroerend goed). en meest recent de groepsrenteregeling Deze laatste heeft zoals bekend niet tot een procedure geleid, maar Nederland heeft zich neergelegd bij de visie dat de voorgestelde vormgeving volgens de EC staatssteun vormt en wil de door de EC voorgestelde aanpassingen niet overnemen.. Het aantal procedures over staatssteun dat wordt gevoerd voor het Hof van Justitie EU (HvJ) is echter omvangrijk. Fiscale staatssteunprocedures blijven in aantal beperkt en treffen in elk geval vooralsnog nauwelijks de Nederlandse regelgeving. Dat heeft er stellig mee te maken dat Nederland op dit punt een voorzichtig beleid voert. Zodra mogelijkerwijs sprake is van staatssteun legt de Nederlandse regering de voorgenomen regeling in beginsel steeds ter goedkeuring voor aan de EC alvorens die in werking te laten treden.