NTFR Beschouwingen 2012/13 - Vermogensetikettering
Aflevering 4, gepubliceerd op 26-04-2012 geschreven door mr. L.J.A. PieterseHet begrip totaalwinst heeft (ook) het afgelopen jaar in de belangstelling gestaan. Onder meer tijdens een symposium (‘Totaalwinst’) over dit thema (daarvan is verslag gedaan in WFR 2011/6917, p. 1023-1025). De bijdragen aan dit op 17 juni 2011 gehouden congres zijn te vinden in: P. Kavelaars (red.), Totaalwinst, Fiscaal Economische Instituut/Erasmus Universiteit, Rotterdam 2011. De totaalwinst wordt bepaald aan de hand van (een) vermogensvergelijking, zodat het – om greep te krijgen op de geaggregeerde winst – zaak is om de omvang van het ondernemingsvermogen te bepalen. Daarbij speelt de leer van de vermogensetikettering een prominente rol. Daarover is het nodige geschreven, maar een fiscale brochure of ander geschrift over het onderwerp herinner ik mij niet. Wie denkt dat de betekenis van het leerstuk beperkt is tot de winstsfeer, ziet eraan voorbij dat de etiketteringsregels ook doorwerken in de toepassing van het regime dat belastbaar inkomen uit aanmerkelijk belang in de heffing betrekt, Zie art. 4.17a en 4.17c Wet IB 2001. alsmede in dat van de bedrijfsopvolgingsfaciliteiten in de schenk- en erfbelasting. E.J.W. Heithuis, Bedrijfsopvolging voor de IB-ondernemer en DGA sinds 2010, tweede herziene druk, Kluwer, Deventer 2011, p. 104. Het vraagstuk van de vermogensetikettering kan ook aan de orde zijn bij lichamen die slechts belastingplichtig voor de vennootschapsbelasting zijn indien en voor zover zij een onderneming drijven, zoals stichtingen. J.N. Bouwman, Wegwijs in de vennootschapsbelasting, twaalfde druk, Sdu Uitgevers, Den Haag 2011, p. 47. Over de etikettering van vermogensbestanddelen en de ter zake daarvan gemaakt fouten heeft de Hoge Raad de afgelopen maanden enkele arresten gewezen. In deze zaken ging het telkens om de etikettering van onroerende zaken. In deze Beschouwing plaats ik deze arresten in een wat breder – theoretisch – perspectief en toets ik de door de Hoge Raad gegeven beslissingen aan de heersende leer. De invloed van het per 1 januari 2012 gewijzigde huwelijksvermogensrecht M.J.A. van Mourik, ‘Vernieuwd huwelijksvermogensrecht’, WPNR 2012/6913. op de vraag in hoeverre vermogensbestanddelen tot het ondernemingsvermogen kunnen worden gerekend, laat ik buiten beschouwing. Zie daarover: N.C.G. Gubbels, ‘Fiscale aandachtspunten van het nieuwe huwelijksvermogensrecht’, WPNR 2012/6913, par. 3.4.