NTFR Beschouwingen 2013/39 - Chinese pot blijkt doos van Pandora
Aflevering 11, gepubliceerd op 28-11-2013 geschreven door mr.dr. W.R. KooimanOnlangs heeft de Hoge Raad een arrest gewezen over de successiewaarde van een geërfde Chinese pot, die twintig maanden na het openvallen van de nalatenschap voor een verrassend hoge prijs van € 23 miljoen werd verkocht. HR 12 juli 2013, nr. 12/02319, NTFR 2013/1414, met commentaar van Vrenegoor, BNB 2013/218. De Hoge Raad onderschrijft het oordeel van de lagere rechters dat bij de waardebepaling op overlijdensdatum de verkoopprijs als uitgangspunt mag dienen voor de berekening van die waarde. Op deze berekeningsmethode, waarbij met wijsheid achteraf de waarde per overlijdensdatum wordt teruggerekend, klinkt echter kritiek. Zie de aantekening bij V-N 2013/24.18 en de noot van Gubbels bij FED 2013/88. In deze bijdrage bespreek ik de knelpunten die in deze zaak naar voren komen en poog ik het achterliggende, meer fundamentele probleem bloot te leggen. In par. 2 ga ik in op de discutabele waardering van bewijsmiddelen door de feitenrechter. De vraag in hoeverre een latere verkoopopbrengst bij de waardebepaling een rol speelt, staat in par. 3 centraal. In par. 4 volgt een beschouwing over de verhouding tussen de onderhavige problematiek en de uitgangspunten van de Successiewet 1956. Ik sluit af met een conclusie (par. 5).