NTFR Beschouwingen 2014/3 - Vervreemding van een aanmerkelijk belang; een grensverkenning
Aflevering 1, gepubliceerd op 30-01-2014 geschreven door mr. L.J.A. PieterseHet begrip vervreemding of aliënatie heeft verschillende betekenissen. Zo wordt het in meer psychologische zin in verband gebracht met verlies van zicht op de werkelijkheid en het verloren gaan van een eigen identiteit Zie Encyclopedie van de filosofie. Van de oudheid tot vandaag, Boom, Amsterdam 2007, p. 521-522. (een wijdverspreid fenomeen, ook onder fiscalisten, voor wie de moeite neemt om in de spiegel te kijken). De gangbare betekenis die in het belastingrecht aan het begrip vervreemding wordt toegekend, houdt in zekere zin verband met voornoemde duiding, al is daarvoor wel enig inlevingsvermogen vereist. In het belastingrecht moet (namelijk) worden aangenomen dat waar een regeling is gebaseerd op het begrip vervreemding, het gaat om een rechtshandeling die ertoe strekt een goed te doen overgaan in het vermogen van een ander (een ‘vreemde’). Conclusie A-G Van Soest van 29 november 1996, nr. 32.468, BNB 1997/307, onderdeel 6.7. Deze definitie wordt ook gebruikt in het kader van de heffing van vennootschapsbelasting (HR 4 juni 2010, nr. 08/01549, NTFR 2010/1375, BNB 2010/236, r.o. 3.5). Een vervreemding resulteert er derhalve in dat de band tussen een rechtssubject – een belastingplichtige – en een object, bijvoorbeeld een pakket aandelen dat tot een aanmerkelijk belang behoort, wordt doorgesneden. Of dramatischer gezegd: verloren gaat. Of sprake is van een vervreemding is – buiten de wereld van het gebruikelijke en alledaagse – niet altijd even gemakkelijk te bepalen. Het staat niet vast dat iedere feitelijke constellatie onder de reikwijdte van het begrip vervreemding kan worden gebracht. Een voorbeeld verschaft HR 17 april 1991, nr. 26.866, BNB 1991/180. Zie tevens onderdeel 2 van de noot van J.E.A.M. van Dijck onder dit arrest. Soms tracht een belastingplichtige daarop in te spelen. Hij probeert dan de situatie die mogelijk een vervreemding in het leven roept te vervormen, Een van het type gedragingen dat gericht is op belastingontwijking (zie daarover uitgebreid: D.A. Albregtse, ‘Belastingontwijking en de bestrijding ervan: een economische benadering’, in: P. Kavelaars (red.), ‘Ongewenste belastingontwijking?’ De jacht naar een fair share, Rotterdam 2013, p. 8-9). en wel op zodanige wijze dat het belastbare feit wordt vermeden dan wel illusoir wordt gemaakt. Dat is van alle tijden. In de sfeer van het aanmerkelijkbelangregime heeft de Belastingdienst constructies gesignaleerd, waarbij wordt getracht – door gebruik te maken van de vermeende onvolkomenheden van het begrip vervreemding – de in Nederland opgebouwde aanmerkelijkbelangclaim door enkele manoeuvres ‘af te schudden’. Dat gebeurt, kort gezegd, door de inschakeling van een entiteit die als een afgezonderd particulier vermogen kan worden aangemerkt. Het beoogde resultaat van de bedoelde inschakeling is, dat de tot een aanmerkelijk belang behorende aandelen uiteindelijk overgaan in het vermogen van een ander, zonder dat een vervreemding van het aanmerkelijk belang kan worden aangewezen. Als al een (fictieve) vervreemding heeft plaatsgevonden, omdat de aanmerkelijkbelanghouder uit Nederland is vertrokken (emigratie), wordt met deze opzet getracht te voorkomen dat wordt aangelopen tegen de regels voor invordering van een conserverende aanslag. Brief staatssecretaris van Financiën van 17 september 2013, nr. AFP2013/613, NTFR 2013/1848, V-N 2013/46.20. De wetgever heeft op deze constructies gereageerd en per 1 januari 2014 enkele nieuwe bepalingen geïntroduceerd. Wet van 18 december 2013 tot wijziging van enkele belastingwetten en enige ander wetten (Overige fiscale maatregelen 2014), Stb. 2013, 566. Daartoe behoort ook een nieuwe fictieve vervreemding. In deze Beschouwing komt zij aan de orde en wordt de vraag beantwoord in hoeverre de reactie van de wetgever noodzakelijk is (geweest).