NTFR Beschouwingen 2014/8 - Discriminerende heffing over dividenden?
Aflevering 2, gepubliceerd op 27-02-2014 geschreven door mr. M.V. LambooijNaar aanleiding van met name rechtspraak van het HvJ Onder andere EFTA Hof 23 november 2004, zaak E-1/04 (Fokus Bank), NTFR 2005/80, HvJ 14 december 2006, zaak C-170/05 (Denkavit France Sarl), NTFR 2007/126, HvJ 8 november 2007, zaak C-379/05 (Amurta SGPS), NTFR 2007/2100, HvJ 11 juni 2009, zaak C-521/07 (Commissie v. Nederland), NTFR 2009/1435, HvJ 19 november 2009, zaak C-540/07 (Commissie v. Italië), NTFR 2009/2732, HvJ 12 juli 2012, zaak C-384/11 (Tate & Lyle Investments Ltd v. België), HvJ 8 november 2012, zaak C-342/10 (Commissie v. Finland), NTFR 2012/2712. zijn vrijstellingen/teruggaafrechten van dividendbelasting voor binnenlandse aandeelhouders de afgelopen jaren uitgebreid naar vergelijkbare buitenlandse (EU en EER) aandeelhouders. In welke gevallen sprake is van vergelijkbare aandeelhouders kan nog onderwerp van discussie zijn. Zie bijvoorbeeld HvJ 10 mei 2012, zaak C-338/11, NTFR 2012/1372 en de bespreking daarvan in B.J. Kiekebeld, ‘Dividendbelasting binnen de EU: nog steeds niet alles opgelost’, NTFR-B 2012/24 en HR 15 november 2013, nr. 12/01866, NTFR 2013/2228 en de bespreking daarvan door B.J. Kiekebeld, ‘Dividendbelasting binnen de EU: the never ending story’, NTFR-B 2013/45. De meest duidelijke gevallen van discriminatie tussen binnenlandse en EU/EER-aandeelhouders op het punt van de dividendbelasting zijn echter uit de Nederlandse wetgeving verdwenen.