NTFR Beschouwingen 2014/15 - Bewijslast bij boetes getoetst aan art. 6 EVRM
Aflevering 4, gepubliceerd op 30-04-2014 geschreven door mr. J.H. AsbreukHoe kan de inspecteur het bewijs van opzet of grove schuld leveren ingeval dat de belanghebbende geen meewerking verleent aan een door de Belastingdienst ingesteld onderzoek; hij zwijgt of ontkent onjuiste aangiften te hebben gedaan. De Hoge Raad heeft in zijn bovengenoemde uitspraken, HR 15 april 2011, nr. 09/03075, NTFR 2011/945, HR 25 november 2011, nr. 11/01393, NTFR 2011/2789, HR 28 juni 2013, nr. 11/04152, NTFR 2013/1385 en HR 24 januari 2014, nr. 12/05581, NTFR 2014/603, alle met commentaar van P.G.M. Jansen. alle in zogenoemde KB-Luxzaken, meer inzicht gegeven in zijn gedachtegang over bewijslastverdeling en over de eisen die aan het bewijs kunnen worden gesteld. In dat verband is van belang in hoeverre de inspecteur zijn bevoegdheden om informatie van de belanghebbende te verkrijgen kan inzetten om daarmee bewijs voor de boete bijeen te sprokkelen. Ook van belang is op welke wijze de omkering van de bewijslast kan doorwerken naar de boeteoplegging. Daarom zal ik ook kort stilstaan bij de arresten van de Hoge Raad op deze punten. Bezien zal worden hoe de oordelen van de Hoge Raad zich verhouden tot de oordelen van het EHRM. Daarom bespreek ik eerst enkele relevante arresten van het EHRM.