TFB 2005, afl. 3 - De fiscus, de dierenarts en de hond
Aflevering 3, gepubliceerd op 01-04-2005 geschreven door Mr. M.J. HamerBegin maart las ik in de krant het volgende bericht. De Rotterdamse gemeentelijke Belastingdienst had de dierenartsen in en rondom de stad Rotterdam verzocht aan te geven wie van hun cliënten een hond had, een en ander in verband met de hondenbelasting. Op die manier hoopte de Belastingdienst op het spoor te komen van die hondenbezitters die geen hondenbelasting betaalden.Zie over deze actie ook J.A. Monsma, ‘Mag dat zomaar?’, WFR 2004/1595. Eén van de dierenartsen weigerde aan dit verzoek te voldoen, hetgeen leidde tot een voorlopige voorzieningenprocedure voor de Rechtbank Rotterdam. Deze verwierp de gedachte van de dierenarts dat hij aan dit verzoek niet hoefde te voldoen. Diens stelling dat dit verzoek een inbreuk maakte op de vertrouwensrelatie, werd door de rechtbank niet gevolgd. Ook achtte deze niet van belang dat hondenbezitters uit ‘vrees voor de fiscus’ niet meer met hun hond naar de dierenarts zouden gaan met als gevolg dat deze honden dan niet meer de nodige medische verzorging kregen. De dierenarts diende dus aan het verzoek van de Belastingdienst gehoor te geven. Iedere dag dat hij daarmee in gebreke bleef, verbeurde hij een boete van € 100, zo oordeelde de Rotterdamse rechter.