TFB 2005, afl. 4 - WID/MOT en bijstand bij vrijwillige verbetering
Aflevering 4, gepubliceerd op 01-05-2005 geschreven door Mr. M. HendriksNa de intrede van de WID/MOT-wetgeving in 2003 is de rechtspositie van veel advocaten en belastingadviseurs onder druk komen te staan. Opeens wordt een verplichting tot identificatie van cliënten in het leven geroepen. Onder bepaalde omstandigheden wordt de dienstverlener zelfs geacht zijn civielrechtelijke en/of wettelijke geheimhoudingsverplichting te doorbreken en bepaalde (gevoelige en) vertrouwelijke gegevens van zijn cliënt door te geven aan de Nederlandse autoriteiten. Het heeft (niet geheel onterecht) tot de nodige beroering geleid in (fiscaal)juridisch Nederland. Er is daarom door diverse auteurs al uitgebreid stilgestaan bij de WID/MOT.Zie onder meer mr. M.V. Lambooij, ‘Belastingadviseurs en het voorkomen van witwassen van gelden’, WFR 6488, p. 953 e.v. en mr. R. van der Hoeven en mr. M.J.C. Visser, ‘Identificatie- en meldplicht van de advocaat’, in NJB, aflevering 22, p. 1124 e.v. Ook in dit tijdschrift.Marcel Pheiffer, ‘Witwastransacties melden: niet kunnen of niet willen’, TFB 2002/9, p. 5 e.v. en mr. M.J.H. Asbreuk, ‘Wijziging van de (anti-) witwas-richtlijn; meldplicht van feiten die wijzen op witwassen van criminele gelden voor belastingadviseurs en advocaten’, TFB 2001/10, p. 11 e.v. Mijn bijdrage is erop gericht de gevolgen van de WID/MOT-wetgeving in het kader van (bijstand bij) een vrijwillige verbetering (enigszins) inzichtelijk te maken.