TFB 2005, afl. 7 - Hegel en de Europese strijd tegen belastingfraude
Aflevering 7, gepubliceerd op 01-10-2005 geschreven door Dr. mr. Astrid Klein SprokkelhorstHet Franse en Nederlandse Neen tegen de komst van de Europese Grondwet heeft overal veel commotie veroorzaakt. Het referendum in Groot-Brittannië is hierdoor voor onbepaalde tijd uitgesteld en een zestal lidstaten heeft het voorgenomen referendum geschrapt. De argumenten die in de lidstaten zijn aangevoerd tegen de Europese Grondwet laten zien dat de Europese politici wellicht begeistert mogen zijn door de Droom van de Europese Eenwording, maar dat de burgers van een relatief groot aantal lidstaten die gevoelens beslist niet delen. Zolang de EU een economisch samenwerkingsverband bleef, ondervond Brussel weinig weerstand. Maar zodra sprake is van de vorming van een Europese bovenstaatse organisatie, een Europese statenstaat – want waar dient een Europese Grondwet anders voor – komt men in het geweer, waarbij met name de nationale belangen voorop worden gesteld. Een verklaring voor dit fenomeen kan worden gezocht in de werken van de negentiende-eeuwse filosoof G.W.F. Hegel. Deze overigens meestal slecht begrepen en geciteerde filosoof schreef in 1821 in zijn ‘Philosophie des Rechts’ dat een bovenstaatse organisatie in beginsel niet de volledigheid van een staat kan bereiken, omdat de betrekkingen tussen staten worden beheerst door het beginsel van absolute soevereiniteit: elke staat sluit andere staten van zijn grondgebied uit. Dit komt anders te liggen als de bovenstaatse organisatie grenzen, buren of vijanden heeft die hij van zichzelf kan uitsluiten, waarmee een situatie van absolute soevereiniteit zou kunnen ontstaan. Maar ook dan zou de statenstaat uiteenvallen, als zijn bestaan niet langer zou steunen op het inzicht van de lidstaten, dat de handhaving van het internationale recht in hun aller belang is.