TFB 2006, afl. 1 - Forfaitaire proceskostenvergoeding bij schending EG-recht: adequaat en doeltreffend?
Aflevering 1, gepubliceerd op 01-01-2006 geschreven door Mr. M. de Vries en Mr. T.A.D. van WordragenDe Nederlandse bestuursrechtelijke regeling voor de vergoeding van proceskostenZie art. 8:75 Awb en Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb), voorheen art. 5 Wet administratieve rechtspraak belastingzaken (Warb) en Besluit proceskosten fiscale procedures (Bpf). is sinds geruime tijd een terugkerend onderwerp van discussie in de fiscale literatuur.Zie onder andere H.J. Simon, ‘Een Europese tijdbom onder de regeling van de proceskosten?’, NJB 1991/1, en A.W. van der Woude, ‘Proceskostenvergoeding en gemeenschapsrecht’, FED 1993/900. De laatste jaren buigen de gerechtshoven en de Hoge Raad zich over de vraag of de forfaitaire vergoeding door de Europeesrechtelijke beugel kan. De civiele kamer van de Hoge Raad heeft in de zaak Den HaanHR 17 december 2004, V-N 2005/5.4, BNB 2005/239c, NTFR 2005/313, FED 2005/26, FED 2005/38 en NJ 2005, 361. geoordeeld dat het nationale stelsel van forfaitaire vergoeding van proceskosten niet in strijd is met EG-recht.Onderliggend geschil is de schending van EG-recht (op basis van het niet toepassen van het arrest Asscher). De Belastingkamer van de Hoge Raad kwam eveneens tot deze conclusieHR 7 oktober 2005, nr. 35.729, FED 2005/100, V-N 2005/49.5 en LJN AU3929. in de vervolgprocedure over de proceskosten gemaakt in de zogenoemde Bosal-zaak. Wij achten de uitkomst van deze arresten evenals de magere motivering van de Hoge Raad op zijn minst opmerkelijk. Daar komt bij dat het Hof van Justitie van de EG de D-zaak nog niet had afgedaan ten tijde van het wijzen van het arrest in de zaak Den Haan. De kans was daarom aanwezig dat hij zou ingaan op de stellingen van A-G ColomerZie conclusie A-G D. Ruiz-Jarabo Colomer van 26 oktober 2004 in zaak C-376/03, onder andere gepubliceerd in NTFR 2004/1717 en V-N 2004/63.7. over de strijdigheid van de forfaitaire proceskostenvergoeding met EG-recht.