Vastgoed Fiscaal & Civiel 2004, afl. 2 - Vastgoednieuws
Aflevering 2, gepubliceerd op 01-05-2004 geschreven door Mw.mr.drs. A. van Dijk en Mr. R.H. van DuivenbodenPer 1 januari 2003 is de algemene overdrachtsbelastingvrijstelling voor het verkrijgen van onroerende zaken door woningcorporaties/toegelaten instellingen vervallen. Er is echter een nieuwe vrijstelling geïntroduceerd, en wel voor het verkrijgen van onroerende zaken door lichamen die de bevordering van stedelijke herstructurering als doel hebben: de zogenoemde wijkontwikkelingsmaatschappijen (hierna: WOM). In het besluit van 18 februari 2004, nr. WV2003/396M werkt de staatssecretaris van Financiën deze vrijstelling die opgenomen is in art. 15, lid 1, onderdeel o, Wet op belastingen van rechtsverkeer (hierna: Wet BRV) nader uit. Een WOM is een samenwerkingsverband van bijvoorbeeld gemeenten, woningcorporaties en/of projectontwikkelaars. Krachtens art. 15, lid 1, onderdeel o, Wet BRV kan alleen een lichaam als WOM worden aangewezen. Wanneer het een samenwerkingsverband betreft waaraan uitsluitend woningcorporaties deelnemen, dan dient dit samenwerkingsverband te voldoen aan de regeling ten aanzien van verbindingen in het besluit beheer sociale-huursector en wordt goedgekeurd dat deze ook in de vorm van een personenvennootschap kan worden gedreven. Alsdan worden de onroerende zaken verkregen door de vennoten van de personenvennootschap. Stedelijke herstructurering betreft niet alleen een aanpassing van de binnenstedelijke woningvoorraad, maar kan ook betrekking hebben op verbetering van de sociale en economische infrastructuur in oudere stadswijken. In de Wet stedelijke vernieuwing en de daaronder hangende regelgeving is het rijksbeleid ter zake vormgegeven. Voor de toepassing van de onderhavige overdrachtsbelastingvrijstelling wordt daarbij aangesloten. De vrijstelling is uitsluitend bedoeld voor een brede aanpak van de problemen in een wijk waarvoor door meerdere partijen met het oog op slagvaardig handelen een tijdelijk samenwerkingsverband wordt opgericht (WOM). Deze aanpak wordt door partijen neergelegd in een herstructureringsplan dat de te bereiken doelen, de aard van de te verrichten werkzaamheden en de begrenzingen van het te herstructureren gebied omvat. Tevens wordt daarin de rol van de diverse samenwerkende partijen aangegeven. Aangezien het om brede projecten gaat die de volkshuisvesting betreffen en waarover door gemeenten, woningcorporaties en marktpartijen afspraken plegen te worden gemaakt, zal dit herstructureringsplan in de gemeenteraad aan de orde zijn gekomen en wordt de eis gesteld dat het door de gemeenteraad is vastgesteld. In dit plan zullen de begrenzingen en de deelnemers worden vastgelegd. De voorwaarden voor de toepassing van de vrijstelling houden in de eerste plaats in dat een WOM als zodanig moet zijn aangewezen door de minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer. Deze beslist aan de hand van de door de voordragende gemeente overgelegde gegevens of er sprake is van een herstructureringsplan dat past binnen de Wet stedelijke vernieuwing. Zodra de aanwijzing heeft plaatsgevonden, kunnen verkrijgingen van onroerende zaken in het kader van het herstructureringsplan door de (participanten van de) WOM, vrij van overdrachtsbelasting plaatsvinden. Als het plan is afgerond worden de onroerende zaken toegedeeld of overgedragen aan de participanten. Ter zake van deze overdracht wordt overdrachtsbelasting geheven. Het besluit van 18 februari 2004 werkt terug tot de datum waarop de nieuwe tekst van de vrijstelling in werking is getreden, te weten 1 januari 2003. Deze datum is van belang voor belanghebbenden die kwalificeren als WOM en sinds 1 januari 2003 van start zijn gegaan.