Vastgoed Fiscaal & Civiel 2004, afl. 5 - 4. Economische eigendom drukt waarde voor de overdrachtsbelasting
Aflevering 5, gepubliceerd op 01-11-2004 geschreven door Mr. R.H. van DuivenbodenOp 24 juni 2004 heeft Hof Arnhem (nr. 03.00249) beslist dat bij de verkrijging van juridische eigendom van woningen het feit dat de economische eigendom bij een ander berust als waardedrukkende factor mag worden meegenomen. De belanghebbende uit de procedure is in 1992 een vennootschap onder firma aangegaan met zijn vader en broer, waarbij door de vader een aantal onroerende zaken is ingebracht, te weten: een boerderij, landerijen en twee bouwpercelen. Ter zake van deze inbreng gold destijds een vrijstelling overdrachtsbelasting ex art. 15, lid 1, letter e, Wet BRV. Het was de bedoeling dat op de twee bouwpercelen woningen zullen worden gebouwd ten behoeve van de vader en de broer van belanghebbende. In de vennootschapsakte is dan ook uitdrukkelijk bepaald dat deze in aanbouw zijnde woningen economische eigendom zijn van de vader respectievelijk de broer van belanghebbende.