Vastgoed Fiscaal & Civiel 2004, afl. 6 - Inbreng in een CV
Aflevering 6, gepubliceerd op 01-12-2004 geschreven door Mr.drs. A. van Dijk MRE en Mr. R.H. van DuivenbodenDe Hoge Raad heeft zich op 15 oktober 2004 (nr. 38.059, NTFR 2004/1560) uitgelaten over de vrijstelling voor de overdrachtbelasting bij inbreng in een CV. Ter zake van de inbreng in 1997 van onroerende zaken, waarbij de inbrengers als commanditaire vennoten een belang van 5% behielden, had Hof Amsterdam op 24 januari 2002 geoordeeld dat geen sprake was van inbreng in een CV. Hierbij baseerde het hof zich op HR 8 juli 1985, nr. 22.395, BNB 1985/239, waarin is beslist dat een overeenkomst die niet ertoe strekt partijen in actieve samenwerking in het economisch verkeer door middel van hun inbreng voordeel te doen behalen, geen maatschap is in de zin van art. 7A:1655 BW. Alsdan is evenmin sprake van een vennootschap in de zin van art. 15, lid 1, letter e, Wet BRV.