Vastgoed Fiscaal & Civiel 2005, afl. 1 - 2. Rente van schulden voor onderhoud en/of verbetering van de eigen woning
Aflevering 1, gepubliceerd op 01-02-2005 geschreven door Mw. mr.drs. A. van Dijk MREOp 22 oktober 2004 heeft de Hoge Raad in drie arresten aangegeven hoe de rente dient te worden behandeld van schulden die betrekking hebben op de verbouwing en/of verbetering van de eigen woning, maar waarbij de aanwending van de geleende gelden in de tijd wordt verspreid. Uit de arresten volgt dat van belang is dat de lening is aangegaan voor de verbouwing van de eigen woning (het oogmerkvereiste). Als het geld niet onmiddellijk wordt aangewend voor de verbouwing, of als de kosten van de verbouwing van een andere rekening worden betaald dan die waarop het met de lening verkregen geld is gestort, dan hoeft dat niet te betekenen dat niet meer wordt voldaan aan het oogmerkvereiste. Aan dat vereiste kan echter niet meer geacht te zijn voldaan voorzover de uit de geldlening verkregen gelden zijn aangewend voor andere doeleinden en niet een daarmee overeenkomend bedrag liquide beschikbaar is gebleven. Uit de eis dat de verbouwing met schriftelijke bescheiden moet worden gestaafd, valt af te leiden dat de schuld pas wordt behandeld als eigenwoningschuld op het moment dat de betaling voor de verbouwing heeft plaatsgevonden. Het gevolg van de arresten is dat niet meer de eis kan worden gesteld dat er een direct causaal verband moet zijn tussen de met de lening verkregen gelden en de aanwending daarvan. In plaats daarvan moet worden beoordeeld of voldaan is aan het oogmerkvereiste. Hierbij is van belang of de belastingplichtige, als hij nog geen uitgaven heeft gedaan voor de verbouwing, steeds een bedrag gelijk aan het met de lening verkregen bedrag liquide beschikbaar heeft voor de verbouwing (liquiditeitstoets).