Vastgoed Fiscaal & Civiel 2006, afl. 5 - Geen art. 31 Wet OB 1968 bij overdracht beleggingsvastgoed
Aflevering 5, gepubliceerd op 01-10-2006 geschreven door mr. R.A. WolfBtw is dikwijls een complicerende factor bij vastgoedtransacties.Zie hierover W.A.P. Nieuwenhuizen, De levering van onroerend goed en art. 31, Vastgoed Fiscaal & Civiel 2004, nr. 6. Bijvoorbeeld als sprake is van nog lopende herzieningstermijnen. Een vrijgestelde verkoop leidt dan tot een btw-schuld bij de verkoper, een belaste verkoop betekent een nieuwe herzieningstermijn voor de koper. Toepassing van het regime van art. 31 Wet OB 1968 is in dergelijke gevallen voordelig. Er is dan geen sprake van een btw-relevante levering terwijl de lopende herzieningstermijnen over gaan op de koper. Afrekenen of opteren is niet nodig. Vorig jaar maakte Hof Den BoschHof Den Bosch 9 september 2005, nr. 02/01596, NTFR 2005/533. duidelijk dat het gunstige art. 31-regime ook bij overdracht van verhuurd beleggingsvastgoed kon gelden. Deze uitspraak betekende een breuk met de jurisprudentie van de Hoge Raad waarin art. 31 Wet OB 1968 in dergelijke omstandigheden altijd werd afgewezen.Zie bijvoorbeeld HR 25 april 2003 (nr. 38.132), BNB 2003/216. Volgens Hof Den Bosch noopte het nadien verschenen arrest van het Hof van Justitie EG Zita ModesHvJ EG 27 november 2003, zaak C-497/01 (Zita Modes). tot deze trendbreuk. In een recente uitspraak komt Rechtbank Den HaagRechtbank Den Haag 6 maart 2006, nr. 05/01915, NTFR 2006/1103. echter tot de conclusie dat Zita Modes allerminst leidt tot een ruimere toepassing van art. 31 Wet OB 1968. Bij overdracht van verhuurd vastgoed is dit regime niet van toepassing, zo meent de rechtbank. Waar moet de praktijk nu rekening mee houden?