Vastgoed Fiscaal & Civiel 2008/55 - Uitleg van een bindend adviesbepaling
Aflevering 4, gepubliceerd op 01-08-2008 geschreven door Mw. mr. drs. A. van Dijk MRE en Mr. T.S. de LangeRechtbank Arnhem heeft recentelijk een uitspraak gedaan over een bepaling in een koopakte op het gebied van een bindend advies bij een koopprijsvaststelling behorende bij een recht van eerste koop. Deze uitspraak leert dat om verrassingen te voorkomen, het verstandig is om bindend advies bepalingen uitgebreid en goed te redigeren. De casus was als volgt. A en B zijn in een koopovereenkomst een recht van eerste koop voor B overeengekomen ter zake een naastgelegen perceel. In de betreffende bindend advies bepaling is bepaald dat indien partijen niet binnen dertig dagen overeenstemming over de koopprijs en de verdere voorwaarden hebben bereikt, deze dan voor partijen bindend vastgesteld worden door een drietal deskundigen, waarbij elk van partijen één deskundige kiest en die twee benoemde deskundigen tezamen een derde en als hun dat niet lukt of indien zij dat niet doen, wordt de derde door de Kantonrechter benoemd. Tevens was bepaald dat de deskundigen hun gezamenlijk advies schriftelijk dienen uit te brengen overeenkomstig de hen daartoe bij hun benoeming door of namens partijen te verstrekken opdracht binnen veertien dagen na hun benoeming. Tevens is bepaald dat indien B niet binnen dertig dagen aangeeft of hij tot koop voor de koopsom die middels het bindend advies is vastgesteld wenst over te gaan. Het komt tot een aanwijzing dor A en B van twee deskundigen, X en Y, die samen de derde deskundige, Z, hebben benoemd. De drie deskundigen komen echter niet tot een unaniem oordeel over de waarde van het betreffende perceel. Y en de derde deskundige, Z, hebben samen een rapport opgesteld waaruit blijkt da Y en Z van mening zijn dat de waarde € 3.8 miljoen is en dat Y vindt dat het € 3.4 miljoen waard is. Vervolgens laat B die stelt dat de waarde € 3.4 miljoen moet zijn niet weten of hij tot koop wil overgaan voor de € 3.8 miljoen en verkoopt A na 30 dagen het pand aan een derde. B pikt dit niet en legt beslag. A en B krijgen een geschil over de vraag of het rapport van Y en Z als een bindend advies geldt. Omdat de koopakte niet regelt hoe te handelen als er geen unaniem advies komt, wordt de situatie voorgelegd aan de rechtbank. B stelt dat geen sprake is van een bindend advies omdat één deskundige de hogere waarde niet onderschrijft en ook niet het rapport heeft getekend. A stelt dat wel sprake is van een bindend advies. De rechtbank bepaalt dat partijen het erover eens zijn dat het overeengekomen bindend advies gaat om een bindend advies waarop art. 7:900 e.v. – vaststellingsovereenkomsten - van het Burgerlijk Wetboek (BW) van toepassing is en dat een bindend advies eenduidig dient te zijn, dat wil zeggen dat het afgesloten dient te worden met één beslissing c.q. uitkomst. Zo kan niet worden volstaan met een opsomming van de verschillende taxaties van de adviseurs. Een bindend advies strekt er immers toe om over het punt dat partijen verdeeld houdt een partijen bindende beslissing te geven. Een niet eenduidig advies doet dat in de regel niet. In de koopovereenkomst is opgenomen dat het advies een gezamenlijk advies moet zijn. Een zuiver tekstuele uitleg van een ‘gezamenlijk advies’ brengt met zich dat het om een advies moet gaan van alle betrokken adviseurs. Dat betekent niet dat in de aanvang alle adviseurs unaniem zijn in hun oordeel ten aanzien van hetgeen hun is voorgelegd. Wel gaat het er volgens de rechtbank om dat zij uiteindelijk met een gezamenlijk standpunt komen. In de wet noch in de koopovereenkomst is echter geregeld hoe een bindend advies tot stand komt indien, zoals hier, de adviseurs niet unaniem zijn. Een zuiver tekstuele uitleg van de overeenkomst brengt aldus met zich dat er een patstelling zou ontstaan in de zin dat er geen bindend advies tot stand komt. Dat verdraagt zich niet met het in de koopovereenkomst opgenomen uitgangspunt dat verkoper A het recht heeft van vervreemding van het perceel, of het nu aan koper B is of aan een derde. De rechtbank is daarom van oordeel dat de vraag hoe in de onderhavige overeenkomst de verhouding tussen partijen is geregeld niet kan worden beantwoord op grond van alleen een taalkundige uitleg daarvan maar dat het daarbij tevens aankomt op de uitleg die partijen onder de gegeven omstandigheden redelijkerwijs mochten geven en hetgeen zij te dien aanzien redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten. Naar het oordeel van de rechtbank dienen zich in het kader van een verdere uitleg dan een uitsluitend taalkundige uitleg van de overeenkomst, twee mogelijkheden aan. De eerste is dat de meerderheid van de adviseurs beslist. De tweede is dat de derde door beide partij-adviseurs benoemde adviseur een doorslaggevende stem heeft. Welke mogelijkheid ook wordt gekozen, het zal leiden tot een vaststelling van de koopprijs op € 3,8 miljoen, nu een meerderheid waaronder de door beide partijadviseurs benoemde derde adviseur, de koopprijs op dat bedrag bepaald heeft. Kortom, een unaniem advies was in dit geval niet nodig, ook niet het ondertekenen van een van de deskundigen van het rapport van de andere twee. Rechtbank Arnhem 16 april 2008, nr 161673 / HA ZA 07-1652, LJN: BD1754