Vastgoed Fiscaal & Civiel 2008/58 - Wat vroeger pacht was, kan thans huur zijn
Aflevering 5, gepubliceerd op 01-08-2008 geschreven door Mw. mr.drs. A. van Dijk MREPacht is een overeenkomst waarbij een verpachter een hoeve of los land in gebruik geeft voor de uitoefening van de landbouw aan een pachter, die daarvoor een tegenprestatie moet leveren. Huur is de overeenkomst waarbij de ene partij, de verhuurder, zich verbindt aan de andere partij, de huurder, een zaak of een gedeelte daarvan in gebruik te verstrekken en de huurder zich verbindt tot een tegenprestatie. Of iets als pacht of huur kwalificeert, heeft aanzienlijke verschillen tot gevolg. De casus was als volgt: NS Vastgoed en A zijn in 1994 een pachtovereenkomst aangegaan voor onbepaalde tijd met betrekking tot een stuk grasland groot 2.000 m2 naast de spoorlijn. A betaalt echter nimmer de pachtprijs. Wel heeft A zonder toestemming van de NS opstallen op het perceel gebouwd zoals onder meer een paardenstal. Die opstallen zijn ook zonder bouwvergunning gebouwd en de gemeente vordert verwijdering. A had bovendien ook zonder toestemming een naast gelegen perceel NS-grond in gebruikgenomen. Tevens is er sprake van een bedreiging van de volksgezondheid door de vele ratten die op het perceel woonachtig zijn door het vele afval. Door dit alles zegt NS de pacht op en stelt dat A ernstig tekort komt als pachter. A is het hier niet mee eens en weigert te vertrekken. De NS vordert uiteindelijk ook ontruiming. Omdat het pacht betreft en door de rattenplaag een spoedeisend belang stelt de NS een kort geding in bij de Pachtkamer. De Pachtkamer oordeelt dat de betreffende overeenkomst niet meer als een pachtovereenkomst in de zin van de gewijzigde wet voldoet. De pachtregels zijn gewijzigd op 1 september 2007 en hebben directe werking en gelden dus ook voor op dat moment bestaande pachtovereenkomsten. De wet stelt thans ook de aanvullende eis voor een pachtovereenkomst dat sprake is van bedrijfsmatige uitoefening van de landbouw als bedoeld in art. 7:312 BW. Volgens de pachtkamer werd in dit geval niet voldaan aan die nieuwe eis en was daarom geen sprake van pacht. De pachtkamer heeft daarom de zaak doorverwezen naar de kantonrechter die het oordeel deelde en stelde dat nu sprake was van een huurovereenkomst, immers het betrof een perceel grond in gebruik gegeven en de gebruiker heeft zich verbonden tot een tegenprestatie (zij het dat die echter nimmer betaald is). Kortom, huurrecht geldt en geen pachtrecht. De kantonrechter oordeelde dat een ontruiming een diep ingrijpende maatregel is voor A die al meer dan twintig jaar paarden houdt op het perceel en dat A ernstig tekort was geschoten en dat dit hem is toe te rekenen. Tevens oordeelde de kantonrechter dat: ‘[A] heeft zich weliswaar op het standpunt gesteld dat hij tot het soort personen behoort dat niet voldoet aan de burgerlijke norm en dat hij moeite heeft met de strikte regelingen en ordening van de maatschappij, maar dat rechtvaardigt niet dat hij gewoonweg eigenrichting kan geven.’. Anderzijds oordeelde de kantonrechter dat de situatie al sinds 1996 bestaat en de NS pas nadat de gemeente aan de bel trok, het initiatief tot verwijdering heeft genomen en niet kan worden uitgesloten dat NS mogelijk toestemming zal geven voor de opstallen. Gezien dit alles oordeelde de kantoorrechter dat de tekortkoming van A niet zodanig ernstig is dat deze in de bodemprocedure een ontbinding van de huurovereenkomst zal rechtvaardigen. De kantonrechter wijst daarom de vordering tot ontruiming af, maar veroordeelde A wel tot verwijdering van het afval en oplossing van het rattenprobleem. Rechtbank Maastricht sector kanton 2 april 2008, nr 282596 PZ EXPL 08-2; LJN: BC9245