Vastgoed Fiscaal & Civiel 2010/47 - Verkrijging binnen 6 maanden: berekening van de vermindering
Aflevering 3, gepubliceerd op 01-06-2010 geschreven door Mw. mr. drs. A. van Dijk MRE en Mr. T.S. de LangeHof Den Bosch heeft zich op 12 maart 2010 gebogen over de wijze waarop de berekening van de vermindering van overdrachtsbelasting zou moeten plaatsvinden bij een verkrijging van dezelfde onroerende zaak – bestaande uit woonhuis, ondergrond, erf, tuin en aanhorigheden – binnen zes maanden. Op 7 juni 2005 had een bv een onroerende zaak geleverd verkregen met de intentie om na de sloop van enkele opstallen, op het perceel grond type A, B, C en D woningen op te realiseren. Nadat de sloopvergunning werd geweigerd heeft de bv de aanvraag voor de bouwvergunning voor de C en D woningen ingetrokken. Op 5 is een perceel grond geleverd aan belanghebbende. Belanghebbende stelde dat aan het perceel grond verschillende waarden zijn toe te kennen, aangezien slechts op een gedeelte de bestemming bouwgrond rust. Hiermee zou rekening moeten worden gehouden bij de berekening van de vermindering ex art. 13 WBR. De inspecteur was van mening dat ook als de waarde per vierkante meter niet dezelfde is, voor de berekening van de vermindering van overdrachtsbelasting toch uitgegaan moet worden van één waarde. De rechtbank heeft echter geoordeeld dat voor een dergelijke stelling echter geen steun te vinden is in de tekst en strekking van art. 13 WBR.