Vastgoed Fiscaal & Civiel 2011/54 - Toepassing samenloopvrijstelling overdrachtsbelsting bij verkrijging aandelen vastgoedlichaam
Aflevering 4, gepubliceerd op 01-08-2011 geschreven door mw.mr.drs. A. van Dijk MRE. en mr. T.S. de Lange.Op 10 juni 2011 heeft de Hoge Raad geoordeeld dat de samenloopvrijstelling overdrachtsbelasting ex art. 15, lid 1, onderdeel a, Wet BRV ook van toepassing is op de verkrijging van aandelen voor zover de activa van het lichaam bestaan uit nieuw ongebruikt vastgoed in de zin van de btw. Volgens de Hoge Raad moet voornoemd artikel mede worden gelezen in verbinding met art. 4, lid 1, aanhef en onderdeel a, en art. 10 Wet BRV. Art. 4 Wet BRV heeft als strekking te voorkomen dat door middel van het tussenschuiven van rechtspersonen de heffing van overdrachtsbelasting wordt ontgaan. Met deze wetsfictie is niet beoogd de verkrijging van aandelen in een onroerendezaaklichaam onder de heffing van overdrachtsbelasting te brengen voor zover de verkrijging van een onroerende zaak van dat lichaam zelf buiten de heffing van overdrachtsbelasting zou blijven vanwege de vrijstellingsbepaling van art. 15, lid 1, aanhef en onderdeel a, Wet BRV. De Hoge Raad komt hiermee terug van zijn oordeel in zijn arrest van 13 januari 1982, nr. 20.875 als gevolg waarvan de toepassing van de onderhavige vrijstelling bij de verkrijging van de aandelen van een onroerendezaaklichaam zonder meer was uitgesloten.