Vastgoed Fiscaal & Civiel 2012/53 - Waardering onroerende zaak inclusief of exclusief btw
Aflevering 4, gepubliceerd op 01-07-2012 geschreven door Mw. mr. drs. A. van Dijk MRE en Mr. T.S. de LangeIn geschil voor Rechtbank Alkmaar was de vraag of onroerende zaken inclusief dan wel exclusief btw gewaardeerd dienden te worden naar waardepeildatum 1 januari 2009, belastingjaar 2010. In de casus was sprake van een multi-tenant gebouw waarbij meerdere zelfstandig te gebruiken delen (de etages) fasegewijs in gebruik konden worden genomen. Gebaseerd op de zogenoemde ‘complextheorie’ uit de btw en daarmee samenhangende jurisprudentie is het standpunt ingenomen dat het gehele gebouw op 1 januari 2007 feitelijk in gebruik is genomen. Dit zou ertoe leiden dat de tweejaarstermijn is verstreken en er exclusief btw gewaardeerd dient te worden. Dit betoog wordt evenwel door de rechtbank verworpen. De objectafbakening ingevolge de Wet WOZ dient namelijk eerst plaats te vinden alvorens de waardering kan plaatsvinden. De objectafbakening van de WOZ verloopt onafhankelijk van de kwalificatie van het object voor de Wet OB 1968. De verwijzing van eiser naar jurisprudentie op het gebied van de gecorrigeerde vervangingswaarde mag evenmin baten. Ook de stelling dat voor een aantal units geldt dat zij medio 2007 in gebruik zijn genomen en dat het uit de ‘tweejaarstermijn lopen’ een specifieke omstandigheid is waardoor op basis van art. 18, lid 3, onderdeel c, Wet WOZ gewaardeerd mag worden naar de situatie op de toestandsdatum, wordt ook niet toegekend. Art. 18, lid 3, onderdeel c, Wet WOZ ziet op wijzigingen of veranderingen aan het object zelf. Daar is in casu geen sprake van aldus, de rechtbank. Het feit dat drie objecten in de loop van 2007 zijn verhuurd, is geen specifieke omstandigheid. Rechtbank Alkmaar 7 juni 2012, nr. 11/00930 t/m 11/00943, LJN: BW8387