Vastgoed Fiscaal & Civiel 2014/22 - Wijziging regels Vormerkung
Aflevering 2, gepubliceerd op 01-04-2014 geschreven door mw. mr. drs. A. van Dijk MRE en mr. T.S. de LangeDe wet kent in art. 7:3 BW een bepaalde bescherming van in het kadaster ingeschreven koopovereenkomsten (Vormerkung). Deze regeling wenst de minister van Justitie aan te passen. Het wetsvoorstel ziet op wijziging van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek en van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering teneinde de werking van de inschrijving van de koop van een registergoed in de openbare registers te verbeteren. In de MvT wordt opgemerkt dat dit wetsvoorstel als doel heeft de werking van de Vormerkung bij conservatoir en executoriaal beslag te verbeteren. De Vormerkung betreft de mogelijkheid om een koopovereenkomst in te schrijven in de openbare registers, zodat het recht van de koper wordt beschermd met het oog op de daadwerkelijke levering van het gekochte registergoed. Bescherming van de koper is op haar plaats volgens de wetgever, omdat met het vervullen van de vereisten voor levering van een registergoed in de praktijk niet zelden enige maanden gemoeid zijn. De kans dat zich gedurende deze periode schuldeisers van de verkoper aandienen met aanspraken op het registergoed die gaan boven die van de koper, is bepaald niet denkbeeldig volgens de wetgever. Daartoe is door de Wet koop onroerende zaken (Stb. 2003, 238) in art. 7:3 BW een aantal precies geformuleerde rechtsfeiten geïntroduceerd die niet tegen de koper van een registergoed kunnen worden ingeroepen wanneer de koopovereenkomst in de openbare registers wordt ingeschreven en levering binnen zes maanden na die inschrijving plaatsvindt. Eén van deze rechtsfeiten, zo wordt in de MvT samengevat, betreft een beslag op het registergoed dat ná inschrijving van de koop wordt gelegd. Schuldeisers van de verkoper die beslag leggen op het registergoed na de inschrijving van de koop kunnen de overdracht van het registergoed daardoor niet verhinderen. Blijkens de memorie van toelichting (MvT) is er een noodzaak tot verbetering gelegen in het feit dat een schuldeiser van de verkoper die beslag legt ná de Vormerkung toch de mogelijkheid heeft om de levering van het registergoed te verhinderen. De noodzaak tot verbetering van de werking van de Vormerkung is gelegen in het feit dat een schuldeiser van de verkoper die beslag legt, na de Vormerkung toch de mogelijkheid heeft de levering van het registergoed te verhinderen. Dit kan, zo wordt in de MvT uitgelegd, doordat schuldeisers van de verkoper, een derdenbeslag op de koopsom onder de koper kunnen leggen om een deel van hun vordering veilig te stellen (zie ook HR 8 oktober 2010, LJN: BN1252, HR 12 juli 2013, LJN: BZ9959). Gevolg van dit beslag is volgens de MvT dat de koper de (volledige) koopsom niet meer bevrijdend aan de notaris kan betalen. Er ontstaat zo een patstelling en daarmee komt de levering tot stilstand. Dit doorkruist volgens de MvT het doel van de Vormerkung, omdat het beslag op de koopsom de bescherming ongedaan maakt die de koper vanwege de inschrijving van de koop geniet. Volgens de MvT wil men met dit wetsvoorstel deze patstelling doorbreken, zodat het recht van de koper op daadwerkelijke nakoming wordt geëffectueerd.Om dit te bereiken wordt voorgesteld om de koper in weerwil van een beslag op de koopsom de mogelijkheid te geven de koopsom bevrijdend aan de notaris te betalen. Daarnaast wordt voorgesteld om bij de inschrijving van de koop verplicht te vermelden bij welke notaris de akte van levering zal worden verleden. De schuldeisers van de verkoper kunnen daardoor doeltreffend beslag op de koopsom onder de notaris leggen. Ook wordt voorzien in een systeem dat alsdan toch een andere notaris dan die aangewezene de akte passeert. Echter, dan is nodig dat die nieuwe notaris een akte ter zake laat inschrijven en tussen die inschrijving en het passeren van de akte van levering zeven dagen zit. Dit wetsvoorstel is ook in lijn met de adviezen die ter zake zijn gevraagd aan het Molengraaff-instituut te Utrecht.