Vastgoed Fiscaal & Civiel 2015/2 - Box 3-waardering verhuurde woning met oud huurcontract
Aflevering 1, gepubliceerd op 04-02-2015 geschreven door Dijk MRE, mr. drs. A. van en Lange, mr. T.S. deA-G Hammerstein heeft geconcludeerd dat de waardering van een verhuurde woning in box 3 conform de regelgeving zoals neergelegd in art. 5.20, lid 3, Wet IB 2001 juncto art. 17a UBIB (WOZ-waarde rekening houdend met leegwaarderatio) in strijd is met de vereiste van fair balance, nu sprake was van een verhuurde woning waarop een oud huurcontract (met lage huur) rustte. Eerder had het Hof al geconstateerd dat er een belangrijke discrepantie bestond tussen de waarde die op grond van voormelde regelgeving aan de bovenwoning in verhuurde staat moest worden toegekend en de waarde in het economische verkeer daarvan. De wettelijke regeling had tot gevolg dat belanghebbende 25 percent meer fictief inkomen werd geacht te hebben genoten, hetgeen ertoe leidde dat elk jaar sprake was van een omvangrijk negatief rendement. Volgens het Hof werd belanghebbende op deze wijze een buitensporige last gelegd, zodat geoordeeld moest worden dat de regeling in strijd is met art. 1, Eerste Protocol bij het EVRM.