Vastgoed Fiscaal & Civiel 2016/42 - Samenloopvrijstelling overdrachtsbelasting bij bouwterrein in de zin van de btw-richtlijn.
Aflevering 4, gepubliceerd op 24-07-2016 geschreven door Dijk MRE, mr. drs. A. van en Lange, mr. T.S. deRechtbank Zeeland/West-Brabant had in haar uitspraak van 17 december 2015 beslist dat de samenloopvrijstelling van art. 15, lid 1, onderdeel a, WBR van toepassing is bij de verkrijging van een terrein dat enkel op basis van de Btw-richtlijn als bouwterrein kwalificeert. Het begrip ‘bouwterrein’ in de richtlijn wordt ruimer uitgelegd dan het begrip ‘bouwterrein’ in de Nederlandse wet. In de richtlijnbepaling is het namelijk al voldoende als er sprake is van onbebouwde grond, terwijl in de Nederlandse wet een bewerking van de grond wel nodig is. Omdat de staatssecretaris de beslissing van de rechtbank gelet op de bedoeling van de samenloopvrijstelling redelijk acht en bovendien met toepassing van de zogenoemde hardheidsclausule tot hetzelfde resultaat zou zijn gekomen, keurt hij in zijn besluit van 2 juni 2016 goed dat de samenloopvrijstelling kan worden toegepast enkel op grond van art. 12, onderdeel b en lid 3 Btw-richtlijn.