Collegegeld is aftrekbaar indien is betaald op grond van toekomstige betalingsverplichting
Collegegeld is aftrekbaar indien is betaald op grond van toekomstige betalingsverplichting
Gegevens
- Nummer
- 2026/190
- Publicatiedatum
- 6 februari 2026
- Auteur
- Redactie
- Rubriek
- Inkomstenbelasting diversen
- Relevante informatie
Belanghebbende heeft de Indiase nationaliteit en komt een opleiding volgen aan de TU Delft. Vanaf 19 augustus 2015 is hij binnenlands belastingplichtig. Belanghebbende heeft reeds op 25 juni 2015 collegegeld betaald. De inspecteur heeft aftrek als scholingsuitgave geweigerd omdat niet is betaald gedurende de periode dat belanghebbende binnenlands belastingplichtig was. Hof Den Bosch (ECLI:NL:GHSHE:2024:2082) heeft wel aftrek toegestaan door de betaling eerst als depotstorting aan te merken waarna voldoening van het collegegeld pas rond 11 september 2015 heeft plaatsgevonden. De Hoge Raad vernietigt de hofuitspraak onder verwijzing naar HR 12 juli 2024, . Het hof had moeten onderzoeken of de overboeking op 25 juni 2015 is aan te merken als betaling op grond van een toekomstige betalingsverplichting. Daarvoor is nodig dat op het moment van de overboeking een rechtsverhouding tussen partijen bestond waaruit in de toekomst een betalingsverplichting ter zake van het college voortvloeit en de overmaking ertoe strekt om van tevoren aan die verplichting te voldoen. In dat geval is sprake van een (aftrekbare) betaling in de zin van art. 6.40 Wet IB 2001. De Hoge Raad verwijst de zaak voor hernieuwd onderzoek. Verder overweegt de Hoge Raad nog dat het hof een te lage bezwaarkostenvergoeding heeft toegekend en voor de proceskostenvergoeding ten onrechte is uitgegaan van vijf samenhangende zaken in plaats van vier.
Dit arrest ziet ook op de arresten 6 februari 2026, nr. 24/02855, ECLI:NL:HR:2026:195, nr. 24/03065, ECLI:NL:HR:2026:196, nr.24/03066, ECLI:NL:HR:2026:197 en nr. 24/03067, ECLI:NL:HR:2026:198.