Aflevering 44

Gepubliceerd op 31 oktober 2019

NTFR 2019/2655 - Gele hesjes en niet-gemotiveerde arresten

Aflevering 44, gepubliceerd op 31-10-2019 geschreven door prof. dr. mr. R.E.C.M. Niessen
De lezer van NTFR zal het niet zijn ontgaan dat wij er de laatste jaren een nieuw fenomeen bij hebben: mensen die in gele hesjes protesteren. Vooral Parijs heeft er last van. Het gaat vaak om grote groepen demonstrerende mensen die het verkeer behoorlijk hinderen. Dat is nog tot daaraan toe; het hoort als het ware bij een gezonde democratie. Maar verschillende keren is een en ander uitgemond in opstootjes, vechtpartijen, baldadigheid en meer. Bovendien wordt vermoed dat zich onder de demonstranten ook wel criminele elementen begeven die erop uit zouden zijn om de staat te destabiliseren.

NTFR 2019/2656 - Nota naar aanleiding van het verslag Belastingplan 2020

Aflevering 44, gepubliceerd op 31-10-2019
De staatssecretaris van Financiën heeft 18 oktober jl. de nota naar aanleiding van het verslag bij het wetsvoorstel Belastingplan 2020 naar de Tweede Kamer gestuurd. In de op Prinsjesdag verstuurde sleuteltabel is een rekenfout is geslopen, daarom is een verbeterde versie bijgevoegd. De sleutels voor het verkorten en verlengen van de eerste en tweede schijf (waarbij de hogere schijfgrenzen meeschuiven) zijn gewijzigd.

NTFR 2019/2661 - Vragen beantwoord over de eerste voortgangsrapportage op het Jaarplan 2019 Belastingdienst

Aflevering 44, gepubliceerd op 31-10-2019
De staatssecretaris van Financiën heeft vragen beantwoord van de Vaste commissie voor Financiën naar aanleiding van de eerste voortgangsrapportage op het Jaarplan 2019 Belastingdienst. In verband met de problemen bij de Belastingdienst wijst de staatssecretaris op de resultaten met de gefaseerde aanpak van Beheerst Vernieuwen. Over het toezicht op lagere overheden, ziekenhuizen en onderwijsinstellingen meldt hij dat enkele publieke instellingen (met name gemeenten en scholen) gebruikmaken van fiscale constructies met rechtspersonen op het terrein van de omzetbelasting. Deze constructies zijn voor de uitvoering van de publieke taak niet noodzakelijk. Er lopen thans zo’n 40 procedures hierover met een belang van ongeveer € 20 miljoen.

NTFR 2019/2662 - Aanpassing subsidieregeling monumentenpanden voor certificaathouders NSW

Aflevering 44, gepubliceerd op 31-10-2019
De minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap heeft de bijlage bij het Besluit vaststelling beleidsregels instandhoudingssubsidie woonhuis-rijksmonumenten gewijzigd. De wijzing bestaat uit een verruiming van de doelgroep met certificaathouders van aandelen in een Natuurschoonwet (NSW)-NV of NSW-BV, een aanpassing met betrekking tot de samenloop met de fiscale aftrek voor monumentenpanden en een aantal kleinere (overwegend technische) aanpassingen en verduidelijkingen.

NTFR 2019/2663 - Tweede Kamervragen beantwoord over de belastingopbrengst door allochtonen

Aflevering 44, gepubliceerd op 31-10-2019
De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft, mede namens de minister en de staatssecretaris van Financiën, Tweede Kamervragen beantwoord over de hoeveelheid belastinggeld die wordt opgebracht door (niet-westerse) allochtonen. De vragensteller plaatst deze opbrengst in het perspectief van het aandeel van deze groep in de bevolking, de relatief lage arbeidsparticipatie van deze groep en de relatief slechte inkomenspositie van deze groep. De minister antwoordt dat van de indirecte belasting geen verband met een individu is te leggen en dat van directe belastingen geen gegevens over migratieachtergrond bekend zijn. Ook van andere gegevens, zoals uitbetaalde toeslagen, houdt de Belastingdienst geen gegevens bij. Het CBS heeft over 2014 voor het laatst cijfers gepubliceerd over de door huishoudens betaalde inkomstenbelasting (inclusief premies volksverzekeringen) waaruit informatie te halen was over de migratieachtergrond van de betrokken huishoudens (tabel is in de beantwoording opgenomen).

NTFR 2019/2667 - Ziektewetuitkering toch genoten ondanks terugvordering

ECLI:NL:PHR:2019:972, datum uitspraak 30-09-2019, publicatiedatum 18-10-2019
Aflevering 44, gepubliceerd op 31-10-2019 met annotatie van mr. J. de Haan
Belanghebbende heeft in 2015 een ziektewetuitkering ontvangen van € 18.487. Het UWV vorderde dit bedrag nog in hetzelfde jaar terug. Het bedrag is niet in 2015 terugbetaald. In de aangifte IB/PVV voor het jaar 2015 heeft belanghebbende onder meer het bedrag van € 18.487 aangegeven als loon of uitkering Ziektewet. De aanslag is conform de aangifte opgelegd. In bezwaar tegen de aanslag voert belanghebbende aan dat hij in 2015 niet voor dat bedrag kan worden aangeslagen. De inspecteur verklaart het bezwaar ongegrond en handhaaft de aanslag. Hof Den Haag 20 november 2018, nr. 17/00652, NTFR 2019/1185 is het daarmee eens. Belanghebbende stelt beroep in cassatie in en voert aan dat de uitkering niet in 2015 als genoten kan worden beschouwd, omdat deze in hetzelfde jaar als ten onrechte uitgekeerd is teruggevorderd. A-G Niessen wijst dit standpunt af omdat de uitkering niet is terugbetaald en belanghebbende er ook niet binnen een redelijke termijn blijk van heeft gegeven deze niet te willen behouden (vgl. HR 21 december 1988, nr. 25.891, BNB 1989/120). Tevens voert belanghebbende aan dat het teruggevorderde bedrag rentedragend is geworden. Ook hierin volgt de advocaat-generaal hem niet, omdat bij de terugvordering geen rente wordt gevorderd naast de hoofdsom. Verder gelden moratoire interesten – die wat dit betreft niet gelijkgesteld kunnen worden met ‘gewone’ rente – volgens vaste rechtspraak van de Hoge Raad niet als rente in de zin van art. 3.146 Wet IB 2001, en is voor een andere opvatting, naar de advocaat-generaal uitvoerig betoogt, geen goede grond. De conclusie strekt ertoe dat het beroep in cassatie van belanghebbende ongegrond dient te worden verklaard.

NTFR 2019/2668 - ‘Roadmap Pensioenakkoord’, fiscale aspecten

Aflevering 44, gepubliceerd op 31-10-2019 geschreven door mr. J.Th. Gommer MPLA CCFP
Op 7 oktober jl. heeft minister Koolmees een brief aan de Tweede kamer gestuurd waarin hij de planning voor de uitwerking van het pensioenakkoord aangeeft. Uiteraard heeft een aantal van de te nemen maatregelen ook de nodige fiscale gevolgen.

NTFR 2019/2669 - Conceptbesluit renseigneringsbepalingen

Aflevering 44, gepubliceerd op 31-10-2019 geschreven door mr. J.Th. Gommer MPLA CCFP
De staatssecretaris van Financiën heeft op 15 oktober bij brief een conceptbesluit tot wijziging of invoering van enkele bepalingen die zien op de renseignering van gegevens door bepaalde aangewezen administratieplichtigen aan de Belastingdienst naar de Tweede Kamer gestuurd.

NTFR 2019/2674 - Levering aan niet-geïdentificeerde afnemer kan aan nultarief zijn onderworpen (zaak Unitel)

Aflevering 44, gepubliceerd op 31-10-2019 met annotatie van prof. mr. dr. R.A. Wolf
Unitel, een Poolse vennootschap, heeft van januari tot en met mei 2007 mobiele telefoons verkocht aan twee Oekraïense ondernemingen. Naar aanleiding van een controle bij deze vennootschap hebben de belastingautoriteiten vastgesteld dat de mobiele telefoons waren uitgevoerd buiten de Unie maar niet waren verworven door de Oekraïense ondernemingen, maar door andere niet-geïdentificeerde ondernemingen. De verwijzende rechter vraagt zich af of de Btw-richtlijn, het neutraliteitsbeginsel en het evenredigheidsbeginsel zich ertegen verzetten dat het nultarief wordt geweigerd omdat de afnemer niet is geïdentificeerd. Daarnaast vraagt de verwijzende rechter zich af of als het nultarief wordt geweigerd, btw moet worden voldaan over de levering dan wel of de voorbelasting moet worden gecorrigeerd.

NTFR 2019/2679 - Ontbreken rechtsmiddelverwijzing kan leiden tot verschoonbare termijnoverschrijding

ECLI:NL:HR:2019:1595, datum uitspraak 18-10-2019, publicatiedatum 18-10-2019
Aflevering 44, gepubliceerd op 31-10-2019 met annotatie van mr. E.C.G. Okhuizen
Aan belanghebbende is een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd. Belanghebbende heeft bezwaar gemaakt en daarbij verzocht te worden gehoord. De heffingsambtenaar heeft het bezwaar wegens termijnoverschrijding niet-ontvankelijk verklaard zonder belanghebbende te horen. Hof Amsterdam (3 januari 2019, nr. 17/00609, NTFR 2019/580) en de Hoge Raad achten dit een juiste uitspraak op bezwaar. Volgens de Hoge Raad heeft het hof aannemelijk mogen achten dat op het aanslagbiljet een rechtsmiddelverwijzing is vermeld. Daarbij heeft het hof laten meewegen dat op het afschrift van het aanslagbiljet dat door de heffingsambtenaar is ingebracht, een rechtsmiddelverwijzing is opgenomen. Verder heeft gemachtigde van belanghebbende pas in hoger beroep voor het eerst gewezen op het ontbreken van een rechtsmiddelverwijzing. Het bezwaar is daarom terecht niet-ontvankelijk verklaard. Daaraan doet niet af dat de heffingsambtenaar belanghebbende ten onrechte niet heeft gehoord en dat het hof belanghebbende niet in de gelegenheid heeft gesteld om ter zitting te worden gehoord.

NTFR 2019/2680 - Geen hoorplicht als inspecteur niet voldoet aan in bezwaar gedane verzoeken om vergoeding van proceskosten en immateriële schade

ECLI:NL:HR:2019:1619, datum uitspraak 25-10-2019, publicatiedatum 25-10-2019
Aflevering 44, gepubliceerd op 31-10-2019 met annotatie van mr. drs. R. Steenman
Belanghebbende heeft bezwaar gemaakt tegen een naheffingsaanslag BPM. Daarbij is verzocht om vergoeding van proceskosten en immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn. Bij zijn uitspraak op bezwaar heeft de inspecteur de naheffingsaanslag vernietigd en een proceskostenvergoeding toegekend, zonder belanghebbende voorafgaand te horen. In cassatie klaagt belanghebbende erover dat de inspecteur de hoorplicht heeft geschonden. Volgens de Hoge Raad kon de inspecteur op grond van art. 7:3 Awb afzien van horen omdat hij volledig tegemoet is gekomen aan het bezwaar tegen de naheffingsaanslag. Als de inspecteur niet voornemens is om niet volledig te voldoen aan de in bezwaar gedane verzoeken om vergoeding, is hij niet verplicht te horen.

NTFR 2019/2681 - Samenwerking raadsheren Hof en Hoge Raad in kader van docentschap bij NOB vormt geen grond voor wraking

ECLI:NL:HR:2019:1617, datum uitspraak 25-10-2019, publicatiedatum 25-10-2019
Aflevering 44, gepubliceerd op 31-10-2019 met annotatie van mr. M.F. Kossen
Belanghebbende heeft de raadsheren Beukers-van Dooren en Cools gewraakt omdat zij contacten hebben met bij Hof Den Haag gewraakte raadsheren en zij daarmee samenwerken als docenten beroepsopleiding belastingadviseurs bij de NOB. Volgens verzoeker gaat het om een ‘systematische en langdurige samenwerking’ die de objectiviteit kan beïnvloeden, wat resulteert in partijdigheid van de betreffende raadsheren. De wrakingskamer van de Hoge Raad wijst dit wrakingsverzoek af. De enkele omstandigheid dat de gewraakte raadsheren, evenals raadsheren van Hof Den Haag, als docent betrokken zijn bij de beroepsopleiding van de NOB, levert namelijk geen aanwijzing op dat zij jegens verzoeker vooringenomenheid koesteren. Andere omstandigheden die de gestelde ‘systematische en langdurige samenwerking’ onderbouwen en tot het oordeel zouden kunnen leiden dat de bij de verzoeker bestaande vrees voor vooringenomenheid objectief gerechtvaardigd is, zijn niet genoemd.

NTFR 2019/2682 - Arrest wordt vervallen verklaard omdat nog niet op het wrakingsverzoek was beslist

ECLI:NL:HR:2019:1631, datum uitspraak 25-10-2019, publicatiedatum 25-10-2019
Aflevering 44, gepubliceerd op 31-10-2019 met annotatie van mr. N. ten Broek
Bij brief van 2 mei 2019 is aan belanghebbende meegedeeld dat op vrijdag 10 mei 2019 uitspraak zal worden gedaan in zijn zaak met nr. 19/01526. Tevens is daarin vermeld dat de beslissing wordt genomen door de leden J. Wortel, A.F.M.Q Beukers-van Dooren en P.A.G.M. Cools. Op 10 mei 2019 is door de Hoge Raad een verzoekschrift van belanghebbende ontvangen tot wraking van de raadsheren Beukers-van Dooren en Cools. Bij het doen van de uitspraak op 10 mei 2019, nr. 19/01526, ECLI:NL:HR:2019:706 was op dat wrakingsverzoek nog niet beslist. Daarom wordt het arrest van de Hoge Raad van 10 mei 2019, nr. 19/01526 vervallen verklaard, en wordt het geding aangehouden totdat de wrakingskamer van de Hoge Raad op het verzoek tot wraking heeft beslist.

NTFR 2019/2687 - Nota naar aanleiding van het verslag Wet implementatie EU-richtlijn meldingsplichtige grensoverschrijdende constructies

Aflevering 44, gepubliceerd op 31-10-2019 geschreven door mr. dr. E.A.M. Huiskers
De staatssecretaris van Financiën (Snel) heeft bij brief van 18 oktober 2019 (kenmerk 2019-0000164710) de nota naar aanleiding van het verslag inzake de Wet implementatie EU-richtlijn meldingsplichtige grensoverschrijdende constructies naar de Tweede Kamer gestuurd. In deze nota beantwoordt de staatssecretaris Kamervragen gesteld door de fractieleden van de VVD, het CDA, D66, GroenLinks en de SP. De nota wordt opgedeeld in een Algemeen deel (I) en een Artikelsgewijze toelichting (II).

NTFR 2019/2689 - Nota naar aanleiding van het verslag bij het wetsvoorstel Wet implementatie tweede EU-richtlijn antibelastingontwijking

Aflevering 44, gepubliceerd op 31-10-2019 geschreven door mr. H. Lohuis
In de nota naar aanleiding van het verslag (hierna: nota) wordt ingegaan op vele technische vragen met betrekking tot het wetsvoorstel ter implementatie van ATAD2. Op bepaalde punten wordt verheldering geboden, maar op geen enkel wezenlijk technisch punt wordt tegemoetgekomen aan een oproep om een versoepelde uitleg of aanpassing van een wettelijke bepaling. Slechts aan de gevolgen van de administratieplicht uit art. 12ag Wet VPB 1969 wordt een versoepelde uitleg gegeven. In het commentaar worden de besproken punten per thema/wettelijke bepaling behandeld.

NTFR 2019/2690 - Advanced Pricing Agreement van Belastingdienst met Starbucks vormt geen verboden staatssteun EU-recht

Aflevering 44, gepubliceerd op 31-10-2019 met annotatie van A.F. Gunn
In 2008 heeft de Belastingdienst met Starbucks Manufacturing EMEA bv (SMBV), een entiteit van de Starbucksgroep die zich met name bezighoudt met het branden van koffie, een Advanced Pricing Agreement (APA) gesloten. Deze overeenkomst had tot doel de vergoeding van SMBV voor haar productie- en distributieactiviteiten binnen de Starbucksgroep te bepalen. De vergoeding van SMBV heeft ertoe gediend om jaarlijks haar belastbare winst voor de vennootschapsbelasting in Nederland te bepalen. Verder legde de APA het bedrag vast van de royalty die door SMBV aan Alki, een andere entiteit van hetzelfde concern, werd betaald voor het gebruik van de intellectuele eigendom van Starbucks op het gebied van het koffiebranden. De APA bepaalde verder dat het bedrag van de aan Alki te betalen royalty overeenkwam met de residuele winst van SMBV. Dit bedrag werd bepaald door de vergoeding van SMBV in aftrek te brengen op de operationele winst van SMBV. In 2015 heeft de Europese Commissie vastgesteld dat de APA met de interne markt onverenigbare steun vormde en heeft de terugvordering van die steun gelast. Nederland en Starbucks hebben bij het Gerecht van de Europese Unie beroep ingesteld tot nietigverklaring van het besluit van de Commissie. Zij betwisten hoofdzakelijk de constatering dat de APA een selectief voordeel zou verlenen aan SMBV. Meer in het bijzonder verwijten zij de Commissie dat zij 1) voor het onderzoek naar de selectiviteit een verkeerd referentiekader heeft gehanteerd; 2) het bestaan van een voordeel ten onrechte heeft onderzocht in het licht van het arm’s length-beginsel (zakelijkheidbeginsel) dat eigen is aan het Unierecht en aldus de fiscale autonomie van de lidstaten heeft geschonden; 3) ten onrechte heeft aangenomen dat de keuze voor de methode van de transactionele nettomarge (TNMM) een voordeel opleverde; en 4) ten onrechte heeft aangenomen dat de wijze van toepassing van deze methode een voordeel opleverde. Het Gerecht verklaart het besluit van de Commissie nietig. Het Gerecht oordeelt wel dat het arm’s length-beginsel zoals omschreven door de Commissie in het bestreden besluit, een instrument vormt waarmee kan worden gecontroleerd of de concerntransacties zijn vergoed alsof daarover was onderhandeld tussen onafhankelijke ondernemingen. De Commissie was dus in casu in staat na te gaan of het in de APA goedgekeurde niveau van de prijzen voor de concerntransacties overeenkwam met het niveau waarover onder marktvoorwaarden zou zijn onderhandeld. Vervolgens gaat het Gerecht de juistheid van de redeneerlijnen af waarmee moest worden bewezen dat de APA, door een verrekenprijsmethode goed te keuren waarmee niet tot een zakelijke uitkomst kon worden gekomen, SMBV een voordeel heeft verleend. Volgens het Gerecht heeft de Commissie ten onrechte aangenomen dat alleen al de keuze voor de TNMM (in plaats van een andere methode) een voordeel opleverde aan SMBV. De Commissie voert namelijk niets aan waaruit blijkt dat de keuze voor de TNMM tot een te lage uitkomst heeft geleid. Over de royalty zet het Gerecht uiteen dat de enkele constatering dat de royalty in de APA niet was geanalyseerd, niet volstaat als bewijs dat deze royalty niet in overeenstemming is met het arm’s length-beginsel. Het Gerecht is van oordeel dat de Commissie niet heeft bewezen dat de hoogte van de royalty nul had moeten zijn. Over de prijs van de groene koffiebonen constateert het Gerecht dat de prijs van deze koffiebonen een kostenfactor van SMBV was die buiten de reikwijdte van de APA viel. Het Gerecht merkt op dat de Commissie zich niet kon baseren op gegevens die dateren van na de sluiting van de APA. Het Gerecht stelt ten slotte vast dat de Commissie niet heeft bewezen dat de verschillende door haar aangeduide fouten in de wijze van toepassing van de TNMM, SMBV een voordeel hebben verleend. Ongeacht of dit ging om de goedkeuring van de aanwijzing van SMBV als de te onderzoeken entiteit voor de toepassing van de TNMM, om de keuze van de winstniveau-indicator of om de correcties op het werkkapitaal en de uitsluiting van de kosten van een niet-gelieerde productieonderneming.