Aflevering 3

Gepubliceerd op 16 januari 2024

NTFR 2024/116 - Hoe verder met de artiestenregeling

Aflevering 3, gepubliceerd op 16-01-2024 geschreven door dr. D. Molenaar
Deze week geef ik op Eurosonic Noorderslag in Groningen een workshop over de Nederlandse artiestenregeling. Daarmee ben ik wederom bezig met deze eigenaardige, bijzondere, handige, maar tegelijkertijd ook gevaarlijke regeling van art. 5a Wet LB. Officieel heet-ie ‘Artiesten- en beroepssportersregeling’, maar de regeling geldt nog maar zo weinig voor beroepssporters,1 dat ‘Artiestenregeling’ de lading veel beter dekt. Ik adviseer er in de praktijk nog vaak over en hoor soms dat artiesten en organisatoren de regeling niet kennen. Daar schrik ik dan van, want dat is nogal gevaarlijk bij controles loonheffingen.

NTFR 2024/118 - Vaststelling Energielijst 2024

Aflevering 3, gepubliceerd op 16-01-2024
De Energielijst 2024 bepaalt welke duurzame investeringen in aanmerking komen voor de Energie-investeringsaftrek (EIA) in 2024. De belangrijkste wijziging ten opzichte van 2023 is dat veel investeringen die zich in een periode korter dan vijf jaar terugverdienen, uit de energielijst zijn verwijderd.

NTFR 2024/119 - Milieulijst fors aangepast in 2024

Aflevering 3, gepubliceerd op 16-01-2024
De nieuwste Milieulijst voor milieuvriendelijke investeringen met belastingvoordeel, is flink aangepast. Bedrijfsmiddelen gaan sneller van de lijst af als deze gangbaar worden. Of als er overlap is met andere vormen van overheidssteun. Bedrijven krijgen hiervoor dan geen belastingvoordeel meer. Dit komt door gewijzigde Europese staatssteunregels en evaluatie van de regelingen Milieu-investeringsaftrek en Willekeurige afschrijving milieu-investeringen (MIA\Vamil).

NTFR 2024/124 - Besluit correctie 30%-regeling

Aflevering 3, gepubliceerd op 16-01-2024
De staatssecretaris van Financiën heeft het Besluit correctie 30%-regeling gepubliceerd. Dit besluit bevat regels voor toepassing van de 30%-regeling in de aangifte loonheffingen over verstreken loontijdvakken. Met ingang van 1 januari 2024 is in het Uitvoeringsbesluit loonbelasting 1965 een regeling opgenomen voor de herziening of intrekking van een beschikking 30%-regeling. Mede daarom acht de staatssecretaris het van belang om meer duidelijkheid te scheppen voor de praktijk, hoe de gerichte vrijstelling voor extraterritoriale kosten volgens de 30%-regeling moet worden verwerkt in de aangifte loonheffingen als de beschikking 30%-regeling één of meer loontijdvakken bevat die reeds zijn verstreken.

NTFR 2024/131 - In specifieke situatie geeft bloedverwantschap ondanks ontbreken familierechtelijke betrekking recht op kindvrijstelling en toepassing tariefgroep I

ECLI:NL:PHR:2023:1201, datum uitspraak 22-12-2023, publicatiedatum 22-12-2023
Aflevering 3, gepubliceerd op 16-01-2024 met annotatie van mr. S. el Oiskhiri
Belanghebbende is één van de erfgenamen van de in 2017 overleden erflater. Erflater was de biologische vader van belanghebbende, met wie belanghebbende ‘family life’ had, maar was niet de juridische vader als bedoeld in art. 1:199 BW van belanghebbende.

NTFR 2024/138 - Voor consumentenprijs is historische BPM van te registreren auto bepalend

ECLI:NL:HR:2023:1703, datum uitspraak 22-12-2023, publicatiedatum 22-12-2023
Aflevering 3, gepubliceerd op 16-01-2024 met annotatie van mr. H.A. Elbert
Belanghebbende heeft een uit de VS afkomstige auto in 2018 laten registreren. Deze auto is in 2016 in de VS toegelaten tot het verkeer op de weg. In die Amerikaanse uitvoering is de CO2-uitstoot vastgesteld op 166 gr/km. De CO2-uitstoot van de op de Nederlandse markt uitgebrachte uitvoering is vastgesteld op 161 gr/km. De auto heeft meer dan normale gebruiksschade. Daarom heeft belanghebbende ter bepaling van de vermindering van BPM de handelsinkoopwaarde van de auto door taxatie laten berekenen. Belanghebbende heeft de historische BPM berekend naar het bedrag aan BPM dat in 2016 zou zijn verschuldigd bij een CO2-uitstoot van 166 gr/km, zijnde de uitstoot die de RDW bij inschrijving van de auto in het Nederlandse kentekenregister heeft vermeld. Ook voor de berekening van de consumentenprijs (historische nieuwprijs) rekent belanghebbende met deze (hogere) BPM, waardoor vanwege een hogere afschrijving per saldo minder BPM is verschuldigd. De inspecteur gaat voor de berekening van de consumentenprijs uit van de BPM die in 2016 zou zijn verschuldigd voor het referentievoertuig met een CO2-uitstoot van 161 gr/km. Zowel hof Arnhem-Leeuwarden (ECLI:NL:GHARL:2021:11114, NTFR 2021/4438) als de Hoge Raad heeft dit standpunt van de inspecteur verworpen. Volgens de Hoge Raad moet de afschrijving, uitgedrukt in procenten, plaatsvinden op de som van onder meer het bedrag aan BPM dat voor het te registreren motorrijtuig verschuldigd zou zijn geweest op het tijdstip waarop dat motorrijtuig voor het eerst in gebruik werd genomen. Het gaat daarbij dus niet om de afschrijving op – onder meer – het bedrag aan BPM dat verschuldigd zou zijn geweest voor het referentievoertuig uit een koerslijst dat is gebruikt om de handelsinkoopwaarde van het nog te registreren gebruikte motorrijtuig te bepalen.

NTFR 2024/140 - Voor consumentenprijs is historische BPM van te registreren auto bepalend II

ECLI:NL:HR:2023:1714, datum uitspraak 22-12-2023, publicatiedatum 22-12-2023
Aflevering 3, gepubliceerd op 16-01-2024 met annotatie van mr. H.A. Elbert
Belanghebbende heeft een uit Oostenrijk afkomstige auto in 2019 laten registreren. Deze auto is in 2017 in Oostenrijk toegelaten tot het verkeer op de weg. De auto is af-fabriek uitgerust met vierwielaandrijving. In die uitvoering is de CO2-uitstoot vastgesteld op 124 gr/km. De CO2-uitstoot van de op de Nederlandse markt uitgebrachte uitvoering – zonder vierwielaandrijving – is vastgesteld op 99 gr/km. De auto heeft meer dan normale gebruiksschade. Daarom heeft belanghebbende ter bepaling van de vermindering van BPM de handelsinkoopwaarde van de auto door taxatie laten berekenen. Belanghebbende heeft de historische BPM berekend naar het bedrag aan BPM dat in 2017 zou zijn verschuldigd bij een CO2-uitstoot van 124 gr/km. Ook voor de berekening van de consumentenprijs (historische nieuwprijs) rekent belanghebbende met deze (hogere) BPM, waardoor vanwege een hogere afschrijving per saldo minder BPM is verschuldigd. De inspecteur gaat voor de berekening van de consumentenprijs uit van de BPM die in 2017 zou zijn verschuldigd voor het referentievoertuig met een CO2-uitstoot van 99 gr/km. Hof Arnhem-Leeuwarden (ECLI:NL:GHARL:2022:7912) heeft dit standpunt van de inspecteur gevolgd. Het hof heeft onder verwijzing naar HR 20 mei 2022, NTFR 2022/2672 geoordeeld dat zowel de catalogusprijs als de handelsinkoopwaarde betrekking moet hebben op dezelfde referentieauto en dat dit logischerwijs meebrengt dat de inspecteur ook de bruto BPM terecht heeft gebaseerd op de CO2-uitstoot van de referentieauto. De Hoge Raad vernietigt de hofuitspraak. Volgens de Hoge Raad moet voor de berekening van de consumentenprijs worden uitgegaan van de BPM die voor het te registreren motorrijtuig verschuldigd zou zijn geweest en dus niet van het bedrag aan BPM dat verschuldigd zou zijn geweest voor het referentievoertuig.

NTFR 2024/145 - Bewijsspelregels arrest Oostflakkee gelden ook in hoger beroep

ECLI:NL:PHR:2023:1119, datum uitspraak 08-12-2023, publicatiedatum 22-12-2023
Aflevering 3, gepubliceerd op 16-01-2024 met annotatie van mr. B.S. Kats
Deze zaak gaat over de WOZ-waardering van een winningslocatie voor gas uit het Groningenveld. In de eerste plaats komt de vraag aan de orde of, en zo ja hoe, bij die WOZ-waardering rekening moet worden gehouden met de verplichting de locatie te ontmantelen en schoon op te leveren bij het einde van de gaswinning. De aan zo’n verplichting verbonden abandonneringskosten – ook wel decommissioning costs genoemd – kunnen aanzienlijk zijn. Verder komen in deze zaak vragen aan de orde over de bewijslastverdeling bij toepassing van het Oostflakkee-arrest in hoger beroep en over de invloed die uitgezonderde objecten hebben op de wegens veroudering toe te passen correcties op de vervangingswaarde van opstallen.

NTFR 2024/159 - Gewijzigd kennisgroepstandpunt gevolgen voor belastingschuld van ruisende terugkeer

Aflevering 3, gepubliceerd op 16-01-2024
De Kennisgroep invordering & civiel recht heeft het standpunt gewijzigd over de gevolgen van ruisende terugkeer. In het standpunt stond dat als de ontvanger instemt met schuldoverneming door de eenmanszaak, ‘de bv als belastingschuldige in de zin van de Iw 1990’ geldt. Dat is nu gecorrigeerd. Na schuldoverneming geldt ‘de ondernemer (natuurlijk persoon) als belastingschuldige in de zin van de Iw 1990’.