Bij theatervoorstelling inbegrepen (alcoholisch) pauzedrankje valt niet onder verlaagd btw-tarief

Bij theatervoorstelling inbegrepen (alcoholisch) pauzedrankje valt niet onder verlaagd btw-tarief

Gegevens

Nummer
2026/394
Publicatiedatum
13 maart 2026
Auteur
Redactie
ECLI
ECLI:NL:HR:2026:280
Rubriek
Omzetbelasting
Relevante informatie

Belanghebbende exploiteert een theater. In de toegangsprijs voor theatervoorstellingen is een (alcoholisch) pauzedrankje begrepen. Belanghebbende heeft over de ontvangen vergoedingen omzetbelasting voldaan naar het verlaagde tarief. De Inspecteur meent echter dat het toegang verlenen tot een theatervoorstelling (verlaagd tarief) en het verstrekken van het (alcoholische) pauzedrankje (normale tarief) twee zelfstandig te onderscheiden prestaties zijn en legt daarom een naheffingsaanslag op. Hof Den Bosch (27 september 2023, ECLI:NL:GHSHE:2023:3098) heeft de naheffingsaanslag vernietigd. Volgens het hof vormt het verstrekken van een pauzedrankje een bijkomende prestatie die het fiscale lot van de hoofdprestatie (verlaagd tarief) deelt. Voor de modale consument vormt het pauzedrankje namelijk geen doel op zich. Het pauzedrankje maakt het bezoek aan een voorstelling aantrekkelijker en is een middel om daarvan zo goed mogelijk te profiteren, aldus het hof. De Hoge Raad is het daarmee niet eens en vernietigt de hofuitspraak. Volgens de Hoge Raad kan het pauzedrankje niet worden aangemerkt als bijkomende prestatie. Het nuttigen van dat drankje is namelijk niet van belang voor het bijwonen van de theatervoorstelling en kan dus geen middel zijn om optimaal van de theatervoorstelling gebruik te maken. De verstrekking van het alcoholische pauzedrankje is dus belast naar het algemene tarief. Ook het beroep van belanghebbende op het gelijkheidsbeginsel kan niet slagen. Het beleid dat reserveringskosten en garderobefaciliteiten kunnen delen in het verlaagde tarief, brengt niet mee dat ook het pauzedrankje onder het verlaagd tarief moet worden gebracht. Deze handelingen vervullen een wezenlijk andere functie dan het aanbieden van een pauzedrankje en zijn dus geen gelijke gevallen die ook ander het beleid zouden moeten vallen.

Deze samenvatting ziet ook op arresten 13 maart 2026, nr. 23/04339, ECLI:NL:HR:2026:405, nr. 23/04342, ECLI:NL:HR:2026:407 en nr. 24/00262, ECLI:NL:HR:2026:408.