Aflevering 24

Gepubliceerd op 11 juni 2009

NTFR 2009/1280 - Onroerend goed; beweeglijk terrein

Aflevering 24, gepubliceerd op 11-06-2009 geschreven door dr. A. van Dongen
Onroerend goed is gewild als gebruiksvoorwerp en als investeringsgoed, en in beide gedaanten een dankbaar onderwerp voor intrigerende vragen in het kader van de heffing van btw. In deze Opinie staat de functie van gebruiksvoorwerp centraal.

NTFR 2009/1282 - Brief over Fiscaal stimuleringspakket naar de Eerste Kamer

Aflevering 24, gepubliceerd op 11-06-2009
De staatssecretaris van Financiën stuurt de Eerste Kamer een brief over het Fiscaal stimuleringspakket. In de brief gaat hij in op het spoedeisende karakter van het wetsvoorstel en geeft hij een kort overzicht van het wetsvoorstel 'Voorstel van wet Fiscaal stimuleringspakket en overige fiscale maatregelen'. Sinds de oorspronkelijke indiening op 5 december 2007 is namelijk een aantal voorstellen toegevoegd en zijn het opschrift en de considerans van het voorstel gewijzigd.

NTFR 2009/1285 - Beleidsbrief scheepvaart: geen subsidie loonkosten zeevarenden

Aflevering 24, gepubliceerd op 11-06-2009
De staatssecretaris van Financiën heeft tezamen met de staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat een brief aan de Tweede Kamer geschreven over het zeescheepvaartbeleid. Het gaat om herstel van het level playing field, voor wat betreft de loonkosten. De loonkosten in Nederland voor officieren met een brutoloon van € 45.000 ligt circa € 2.500 hoger dan in België en Duitsland. De staatssecretarissen melden dat het niet mogelijk is dit verschil te verminderen met de afdrachtvermindering zeevaart. Deze verzilveringsproblematiek is op te lossen met een nieuwe subsidieregeling die de niet-verzilverde afdrachtvermindering compenseert. De staatssecretarissen zien in het bredere perspectief op het level playing field echter geen aanleiding om extra maatregelen voor te stellen. Dat heeft te maken met de verhouding loonkosten (15%) en de totale kosten, de reeds bestaande (en onlangs uitgebreide) fiscale en niet-fiscale steunmaatregelen voor de zeevaartsector en het niet beschikbaar zijn van geld op de Rijksbegroting.

NTFR 2009/1290 - Geen dubbele belastingvrije vergoeding voor huisvestingskosten buiten de woonplaats

Aflevering 24, gepubliceerd op 11-06-2009 met annotatie van mr. J.C.L.M. Fijen
Belanghebbende, een Zwitser, heeft van mei 2001 tot en met oktober 2002 in Nederland in dienstbetrekking gewerkt. Zijn woning in Zwitserland heeft hij aangehouden. De 30%-regeling was op belanghebbende van toepassing. Op grond hiervan heeft hij van zijn werkgever een belastingvrije vergoeding voor extraterritoriale kosten van € 29.312 ontvangen. Daarnaast ontving hij van zijn werkgever een vergoeding van € 28.037 voor de door hem gemaakte kosten van huisvesting in Nederland. In geschil is of aan belanghebbende naast de toepassing van de 30%-regeling een belastingvrije vergoeding kon worden toegekend voor de uitgaven voor huisvesting buiten de woonplaats.

NTFR 2009/1291 - Antwoord op Kamervragen over vrijwilligers bij woningcorporaties

Aflevering 24, gepubliceerd op 11-06-2009
De staatssecretaris van Financiën beantwoordt, mede namens de minister van Wonen, Wijken en Integratie, Tweede Kamervragen over de toepassing van de vrijwilligersregeling bij woningcorporaties. In de beantwoording bevestigen de bewindslieden dat de wettelijke vrijwilligersregeling (art. 2, lid 6, Wet LB 1964) in dit geval niet meer van toepassing is nu de woningcorporaties belastingplichtig zijn geworden voor de vennootschapsbelasting.

NTFR 2009/1294 - Te lage loonheffing leidt tot hoger bedrag aan inkomstenbelasting bij werknemer

ECLI:NL:GHAMS:2009:BI5774, datum uitspraak 28-05-2009, publicatiedatum 03-06-2009
Aflevering 24, gepubliceerd op 11-06-2009
De inspecteur heeft de aangifte van belanghebbende gecorrigeerd, als gevolg van het toepassen van een te hoge heffingskorting door de inhoudingsplichtige, waardoor te weinig loonheffing is afgedragen. Het hof oordeelt, gelijk aan Rechtbank Haarlem, dat de inhoudingsplichtige kennelijk onterecht een te hoge heffingskorting heeft toegepast, waardoor belanghebbende maandelijks netto meer loon ontving dan waar hij recht op had. Uit de Wet IB 2001 kan worden afgeleid dat het verschil tussen de te weinig ingehouden loonheffing en de daadwerkelijk verschuldigde inkomstenbelasting wordt nageheven. Daarbij doet het er niet toe wie de fout heeft gemaakt en wie daarvoor verantwoordelijk is. De inspecteur is niet bevoegd of verplicht de te weinig ingehouden loonheffing bij de inhoudingsplichtige na te heffen.

NTFR 2009/1301 - Terugneming afwaarderingsverlies deelneming na interne verhanging en ontvoeging

Aflevering 24, gepubliceerd op 11-06-2009
Belanghebbende is moedermaatschappij van een fiscale eenheid waarin onder meer haar dochter D bv is opgenomen. Deze dochter richt in 2000 E op, een Amerikaanse deelneming. In 2001 wordt door de belanghebbende een afwaarderingsverlies ex art. 13ca Wet VPB 1969 genomen op deze Amerikaanse deelneming. In 2002 richt de dochter F bv op, die wordt opgenomen in de fiscale eenheid. De aandelen worden volgestort door inbreng van de Amerikaanse deelneming. In juli 2003 richt belanghebbende een nieuwe dochtermaatschappij op, G bv, die niet wordt gevoegd. Vervolgens draagt dochter D bv haar aandelen F bv over aan die niet-gevoegde dochter G bv. Hierdoor wordt de fiscale eenheid tussen de belanghebbende en F bv met terugwerkende kracht naar 1 januari 2003 verbroken en verdwijnt de Amerikaanse deelneming uit het vermogen van belanghebbende.

NTFR 2009/1302 - Commentaar NOB op wetsvoorstel wijziging SW 1956

Aflevering 24, gepubliceerd op 11-06-2009
De Nederlandse Orde van Belastingadviseurs heeft bij de Tweede Kamer een uitvoerig commentaar ingediend op het wetsvoorstel wijziging van de Successiewet 1956 en enige andere belastingwetten (NTFR 2009/986). De NOB is verheugd over de vereenvoudiging van de tariefstructuur, de lagere tarieven en het vervangen van drempelvrijstellingen door voetvrijstellingen. De NOB heeft op een aantal onderdelen van dit wetsvoorstel kritiek, onder meer op de inperking van het toepassingsbereik van de bedrijfsopvolgingsregeling, elementen van de regeling voor het afgezonderd particulier vermogen, de wijzigingen in de regels voor anbi's en sbbi's, wijzigingen ten aanzien van herroepelijke schenkingen en het heffingsmoment voor schenkbelasting en het feit dat maatregelen in dit wetsvoorstel deels worden gefinancierd met maatregelen in het nog in te dienen Belastingplan 2010. De NOB dringt erop aan dat voor de behandeling van het wetsvoorstel voldoende tijd wordt ingeruimd.

NTFR 2009/1303 - Commentaar VNO-NCW op wetsvoorstel wijziging SW 1956

Aflevering 24, gepubliceerd op 11-06-2009
VNO-NCW heeft een commentaar op het wetsvoorstel wijziging van de Successiewet 1956 en enige andere belastingwetten (NTFR 2009/986) aangeboden aan de Tweede Kamer. Het commentaar richt zich met name tegen de uitsluiting van fictief aanmerkelijkbelanghouders en commanditaire vennoten van de bedrijfsopvolgingsfaciliteiten. Het uitsluiten van deze groepen past naar het oordeel van VNO-NCW niet binnen de ratio van de faciliteiten, namelijk het niet in gevaar brengen van de continuïteit van ondernemingen door de heffing van successierechten.

NTFR 2009/1304 - Verkrijging van aandelen onroerendgoedlichaam volledig belast; vergrijpboete terecht

ECLI:NL:RBSGR:2008:BH6527, datum uitspraak 10-07-2008, publicatiedatum 19-03-2009
Aflevering 24, gepubliceerd op 11-06-2009 met annotatie van mr. W. Verstijnen
Belanghebbende, een bv, heeft met een drietal transacties in de periode 3 december 2001 tot 15 november 2002 15% van de aandelen in een onroerendgoedlichaam als bedoeld in art. 4, lid 1, aanhef en onderdeel a, WBRV verkregen. Belanghebbende meent dat zij slechts overdrachtsbelasting is verschuldigd voor zover het totaal van de verkrijgingen uitgaat boven 7% van het geplaatste kapitaal van de onroerendgoedvennootschap. Ter zitting heeft belanghebbende verklaard dat betaling van de door haar berekende belasting achterwege is gebleven, omdat de inspecteur volgens haar onredelijk handelde door geen compromis te willen sluiten.

NTFR 2009/1306 - Belastingschuld gaat niet over op ander waterschap

ECLI:NL:HR:2009:BC1589, datum uitspraak 29-05-2009, publicatiedatum 29-05-2009
Aflevering 24, gepubliceerd op 11-06-2009 met annotatie van mr. P.T. van Arnhem
Waterschap Groot Salland (belanghebbende) heeft in 1999 grondwater aan de bodem onttrokken voor de bronbemaling van een bouwput die is gemaakt voor de verbouwing van een bij belanghebbende in eigendom zijnde rioolwaterzuiveringsinstallatie. De ter zake hiervan verschuldigde grondwaterbelasting is niet op aangifte voldaan. De locatie waar het grondwater is onttrokken maakt vanaf 1 januari 2000 geen deel meer uit van het Waterschap Groot Salland. De inspecteur heeft in 2004 de door belanghebbende niet voldane grondwaterbelasting nageheven. Het aanslagbiljet is ten name van belanghebbende gesteld. In geschil is of ná 1 januari 2000 de naheffingsaanslag aan belanghebbende mocht worden opgelegd. De Hoge Raad beantwoordt deze vraag bevestigend. De overgang van een gebied naar een ander waterschap heeft uitsluitend gevolgen voor de rechten en verplichtingen die betrekking hebben op zaken die zich in dat gebied bevinden. De onderhavige belastingschuld is niet zo’n verplichting. Zij drukt op het algemene vermogen van het waterschap.

NTFR 2009/1308 - Het bij herhaling stellen van dezelfde vragen doet afbreuk aan professionaliteit boekenonderzoek

Aflevering 24, gepubliceerd op 11-06-2009
De Belastingdienst stelt in 2006 een boekenonderzoek in bij verzoekster, een vennootschap, teneinde de aanvaardbaarheid van verzoeksters aangiften vennootschaps- en omzetbelasting te kunnen vaststellen. In dat kader legt de Belastingdienst verzoekster vragen voor over onder meer door haar aan een buitenlandse vennootschap betaalde 'licensing fees' en een aan een adviseur betaalde onkostenvergoeding. Eind 2007 brengt de Belastingdienst rapport uit naar aanleiding van het onderzoek. Daarop beklaagt verzoekster zich over het feit dat de Belastingdienst bij herhaling vragen heeft gesteld, die reeds waren beantwoord en herhaaldelijk heeft gevraagd naar stukken die, zoals zij had aangegeven niet bestonden, niet is ingegaan op haar verzoeken om een gesprek, heeft nagelaten een slotgesprek met haar aan te gaan en onjuist, onzorgvuldig en selectief heeft gerapporteerd.

NTFR 2009/1315 - Geen cassatie tegen oordeel inzake herziening keuze voor de margeregeling na afloop van het aangiftetijdvak

Aflevering 24, gepubliceerd op 11-06-2009
De staatssecretaris van Financiën deelt mede geen beroep in cassatie in te stellen tegen Hof Amsterdam 6 april 2009, nr. 08/00151, NTFR 2009/899. Belanghebbende heeft ter zake van de levering van postzegels gekozen voor toepassing van de globalisatieregeling. Omdat de afnemer de postzegels nadien heeft uitgevoerd, zou de afnemer recht hebben gehad op volledige aftrek van aan haar in rekening gebrachte omzetbelasting. Belanghebbende wil daarom na afloop van het aangiftetijdvak de keuze voor de globalisatieregeling herzien en wil gebruik maken van de mogelijkheid te kiezen voor de normale regeling ex art. 8 Wet OB 1968.

NTFR 2009/1318 - Heffing ter zake van registratie auto niet strijdig met Europees recht

ECLI:NL:GHARN:2009:BI5273, datum uitspraak 07-05-2009, publicatiedatum 28-05-2009
Aflevering 24, gepubliceerd op 11-06-2009
Belanghebbende heeft in 2006 een auto gekocht. Het kenteken is op 13 april 2006 op haar naam gesteld. De importeur heeft de bpm ten bedrage van € 26.930 voldaan. Belanghebbende bestrijdt deze heffing met een beroep op het Europese recht. Zij beroept zich art. 14, 23, 25, 49 t/m 55 en 90 EG. Het hof verwerpt het beroep van belanghebbende onder verwijzing naar jurisprudentie van het HvJ EG en de Hoge Raad. Kort gezegd beslist het hof dat hier geen sprake is van een invoerrecht maar van een binnenlandse belasting ter zake van registratie, dat het ontbreken van een teruggaafregeling niet strijdig is met art. 90 EG en dat de kwestie van een onevenredige heffing (Van de Coevering) hier niet speelt, aangezien het hier gaat om een heffing wegens de registratie van de auto en niet wegens het gebruik ervan.

NTFR 2009/1319 - Taxatie gecertificeerd schade-expert doet niet onder voor taxatie gecertificeerd taxateur

Aflevering 24, gepubliceerd op 11-06-2009
Verzoeker is taxateur van auto's. Verzoeker taxeert in opdracht van zijn cliënten uit het buitenland in te voeren auto's ter bepaling van de hoogte van de ter zake verschuldigde BPM. In gevallen die daartoe naar het oordeel van de douane aanleiding geven, laat de douane tegentaxaties uitvoeren door taxateurs van een tweetal bureaus. Verzoeker klaagt erover dat de taxateurs die de tegentaxaties voor de douane verrichten niet voldoen aan dezelfde kwalificaties als hijzelf. Verder klaagt verzoeker over het feit dat hij pas is gehoord naar aanleiding van zijn klacht nadat de douane zijn oordeel over de klacht al schriftelijk had gegeven. Bij het begin van de hoorzitting was hem te verstaan gegeven dat de hoorzitting geen invloed meer kon hebben op de beoordeling van zijn klacht.

NTFR 2009/1320 - Afschaffing motorrijtuigenbelasting voor zeer zuinige auto’s

Aflevering 24, gepubliceerd op 11-06-2009
In de zogenoemde fiscale vergroeningsbrief aan de Tweede Kamer kondigt de staatssecretaris van Financiën onder meer aan dat met ingang van 1 januari 2010 de motorrijtuigenbelasting voor zeer zuinige auto’s zal worden afgeschaft. Onder zeer zuinige auto’s worden in dit verband personenauto’s verstaan met een CO2-uitstoot van maximaal 95 g/km (diesel) of maximaal 110 g/km (benzine).

NTFR 2009/1321 - Inrichtingseisen bestelauto's

Aflevering 24, gepubliceerd op 11-06-2009
In dit besluit van de staatssecretaris van Financiën inzake de toepassing van de Wet BPM worden de technische eisen versoepeld die zijn gesteld aan de vaste wand die in een bestelauto de cabine van de laadruimte scheidt. Onder meer het gebruik van popnagels als bevestigingsmateriaal wordt toegestaan. Daarnaast hoeft de wand niet meer aan de bovenzijde te worden vastgezet. Ook hoeft de wand niet overal aan de carrosserie aan te sluiten. Door deze wijzigingen wordt het volgens de staatssecretaris voor fabrikanten en importeurs eenvoudiger een bestelauto aan te passen aan de Nederlandse fiscale bepalingen.